Milan van Waardenburg in wit shirt zit voor een roze en paarse muur met gevouwen handen.

Winq-columnist Milan van Waardenburg over de blik die hij op zichzelf werpt

‘‘Geef me nog even’’

Leestijd: 2 min

In zijn nieuwe column schrijft Milan van Waardenburg over de spiegel, het lichaam en de blik die hij daar al zijn hele leven op werpt. De musicalacteur denkt terug aan wie hij was, en kijkt naar wie hij nu is. Tegelijkertijd zoekt Milan naar een zachtere manier om naar zichzelf te kijken.

Terwijl het laatste beetje water het doucheputje doorglipt, pak ik de handdoek van het rek en begin, zoals altijd, met het drogen van mijn haar. Wanneer ik hem vervolgens behendig rond mijn rug zwier, vang ik een stukje spiegelbeeld. Ik bekijk mezelf. Ga van mijn schouders via mijn borst naar mijn buik. Dan vang ik mijn eigen blik. Ik schrik van de lichte walging op mijn gezicht. Ik zucht diep.

Tevreden ben ik eigenlijk nooit geweest. Ik zie altijd wel iets dat anders moet. Minder kilo’s. Meer spier. Minder rond gezicht. Meer haar. Altijd meer haar. Tot overmaat van ramp trekken mijn inhammen zich de laatste tijd met een rotvaart terug en begint mijn kruin nu toch echt te kalen. De donkergrijze wallen onder mijn ogen liegen er ook niet bepaald om. Een subtiele botoxbehandeling is me niet vreemd, maar de stap naar een haartransplantatie of liposuctie voelt toch wel erg resoluut.

Die blik is trouwens niet nieuw. Volgens mij kijk ik al mijn hele leven naar mezelf alsof er permanent een verbeterplan openstaat.

Zes jaar geleden maakte ik een foto voor de spiegel. In mijn onderbroek, na maanden trainen voor een rol waarvoor ik zonder shirt het toneel op zou moeten. De kilo’s waren verdwenen en voor het eerst zag ik spieren waarvan ik niet wist dat ik ze had. Tevreden was ik niet. Natuurlijk niet. Misschien nog een dag extra trainen. Nog iets minder eten. Nog wat meer proteïne. Er viel vast nog wel iets aan mij te verbouwen.

Laatst kwam ik die foto weer tegen. Ik bleef ernaar kijken. Naar dat lijf waar ik destijds zo hard voor had gewerkt en vervolgens minstens zo hard op af wist te dingen.

Wat was ik mooi. Tja. Spreek ik weer in de verkeerde tijd.

Misschien is dat wel het wreedste van ouder worden. Niet de rimpels of de kale plekken zelf, maar het besef dat je schoonheid vaak pas zichtbaar wordt zodra ze verdwenen is. En begrijp me niet verkeerd: ouder worden vind ik prachtig. Oprecht. De rust die ervaring met zich meebrengt. Het vermogen om beter te relativeren. Meer zachtheid richting de mensen om me heen.

Tot ik in de spiegel kijk en het gevoel krijg dat mijn lichaam een sprint trekt die ik zelf niet meer kan bijhouden. Is dit allemaal ontzettend ijdel? Zonder enige twijfel.

Ik ben een acteur. Ik sta op een toneel. Ik wíl gezien worden. Mijn uiterlijk is nou eenmaal onderdeel van mijn werk, hoe spiritueel en diepzinnig ik dat verder ook probeer weg te relativeren.

Tegelijkertijd ben ik omringd door mensen die me mooi vinden. Echt mooi vinden. In welke vorm dan ook. Met een gymbody of een vakantiebuik. Met meer haar of minder. Tien kilo erbij of er weer af. Mensen bij wie ik nooit het gevoel heb dat ik eerst een betere versie van mezelf moet worden om mooi gevonden te worden. Misschien is dat nog wel het fijnste: dat hun blik op mij niet verandert zodra mijn lichaam dat wel doet.

Er lijkt alleen één iemand niet volledig overtuigd. Dat ben ik zelf. Lief lijf, jij dat me al zoveel kilometers hebt gedragen. Dat me hielp mijn grootste dromen waar te maken. Dat overeind bleef staan op momenten waarop ik dat zelf eigenlijk niet meer deed.

Jij verdient een paar lievere ogen.
Geef me nog even.

Powered by Labrador CMS