Winq-columnist Bo Hanna reist door Laos en ziet hoe queer zichtbaarheid ontbreekt

In Laos lijkt homoseksualiteit niet verboden, maar ook nauwelijks zichtbaar. Winq-columnist Bo Hanna ontdekt tijdens een reis hoe stilte, gelijkheid en onbesproken verschil het leven van lhbtiqa+ perosnen kunnen vormen.

Hand in hand liepen ze voorbij, het lesbische koppel dat we eerder onderweg hadden leren kennen op de boot. In de straten van het idyllische bergstadje leek niemand het op te merken. Niemand zei iets. Niemand staarde. Het voelde er niet vijandig. Mijn eerste gedachte was: volgens mij is gay hier oké. 

Bij elk nieuw land gaat er een onbewuste check aan. Kan dit hier? Hoe kijken mensen? Moet ik mijn relatie geheimhouden? Meestal zoek ik het van tevoren op. Deze keer niet. Ik ging lastminute mee met mijn nichtje. Twee dagen eerder waren we overgestoken naar Laos vanuit Thailand, het land waar mijn vriend vandaan komt en waar homoseksualiteit opvallend zichtbaar is. De landen leken qua taal, eten en geschiedenis veel op elkaar. Zo anders zal het vast niet zijn, dacht ik. 

Ik had me verkeken. 

In Luang Prabang, het culturele hart van Laos, sprak een jongen me aan bij een massagesalon. Hij zat op een krukje voor de zaak. We raakten aan de praat en hij vertelde over zijn werk. Korte zinnen die heen en weer werden getypt op een telefoon. 

Na een tijdje vroeg ik of er ergens een gaybar was. Hij bleef even stil, keek om zich heen, en vertelde vervolgens dat die er ooit waren, maar dat ze inmiddels allemaal de deuren hadden gesloten. Waarom, dat kon hij me niet vertellen.  

Toen ik vroeg hoe het in zijn land was om gay te zijn, vertelde hij dat niemand erover praat. Met zijn familie had hij het er nog nooit over gehad. Hij liet in het midden of ze het wel of niet wisten. Wanneer zijn ouders vroegen waarom hij nog geen gezin had, antwoordde hij ze dat het een kwestie van geldgebrek was. “We zijn allemaal broers en zussen”, zei hij. “We houden er niet van om anders te zijn. We leven gewoon in stilte.” Ik knikte. 

Ik dacht er aanvankelijk niet veel bij na. De dagen vulden zich met watervallen en tempels, met hiken en uitzichten, maar tegen het eind van de week werd het steeds duidelijker: er was hier geen enkele zichtbaarheid. Geen regenboogvlaggen. Geen gaybars. Geen plekken, geen signalen, niets wat als queer te herkennen was. Alsof het niet bestond. 

“waar iedereen hetzelfde moet zijn, wordt verschil iets wat je liever niet benoemt”

Laos is een communistisch land, waar officieel gelijkheidsprincipes gelden. Niemand wordt er gearresteerd omdat die lhbtiqa+ is. En toch begon het met elke dag die verstreek steeds meer op te vallen – juist door wat er niet was. Bars profileren zich niet expliciet als gay of queer. Dat gaat in tegen het ideaal dat iedereen gelijk is, het lijkt te botsen met het systeem. Je hoeft jezelf niet te verbergen, maar het wordt zo lastig om jezelf te ontdekken en je gemeenschap te vinden. 

Mensen waren vriendelijk. Bij een straatfeest waar we langsreden en bier aangeboden kregen, vroeg iemand of ik getrouwd was. Ik liet een foto zien van mijn vriend. Hij schakelde snel over op een ander onderwerp. Homoseksualiteit werd niet afgekeurd, maar genegeerd. Het had geen plek in het publieke leven. Het kon kennelijk alleen bestaan zolang het onbesproken bleef. 

Pas later begon de zin van de jongen te schuren. Iedereen één. Gelijkheid als ideaal. Dat klinkt rechtvaardig, maar het heeft een keerzijde. Waar iedereen hetzelfde moet zijn, wordt verschil iets wat je liever niet benoemt. Niet verboden, niet veroordeeld, maar gladgestreken. 

Homoseksualiteit had hier geen naam. Wat geen naam heeft, wordt vanzelf minder zichtbaar.

Powered by Labrador CMS