column
Bo Hanna over mannelijke vriendschappen
In zijn nieuwste column voor Winq schrijft Bo Hanna over hoe het als queer persoon is om vriendschappen met hetzelfde geslacht te onderhouden. “Twee mannen die een goed gesprek voeren in een intieme setting, die kunnen ook gewoon vrienden zijn, toch?”
Het was een vrijdagavond. Ik zat in een restaurant met een goede vriend die ik lang niet had gezien, glas wijn in de hand, toen de serveerster vroeg: “Is dit jullie eerste date?” We keken elkaar verbaasd aan, glimlachten beleefd en zeiden, bijna automatisch: “Nee hoor, gewoon vrienden.” “Ik heb een heel leuke vriend en hij een leuke vriendin”, voegde ik er snel aan toe. Twintig minuten later, toen iemand een sigaret wilde bietsen van mijn gezelschap, herhaalde een andere vrouw dezelfde vraag. “Zijn jullie een koppel?” Ik voelde vermoeidheid en een vleugje irritatie, maar moest er ook een beetje om lachen. Aan het eind van die avond, toen we aan de praat raakten met de buren en bij de tafel naast ons aansloten, werd de vraag opnieuw gesteld. Drie keer, op één avond. Dit gebeurt vaker als ik met een andere man in gezelschap ben: als hij hetero is, gaan mensen er in meerdere gevallen van uit dat hij óók gay is. En als hij gay is, denken mensen vaker meteen dat we een koppel zijn. Twee mannen die een goed gesprek voeren in een intieme setting, die kunnen ook gewoon vrienden zijn, toch?
vriendschap tussen twee mannen
Een paar maanden geleden was ik met een vriend op een feestje. Nadat een vrouw erachter kwam dat we geen koppel waren, liet ze op de dansvloer haar blik over hem glijden en zei: “Maar hij komt gayer over dan jij, hij danst zo flamboyant. Jij bent mannelijker.” Het soort opmerking dat ik vroeger altijd weglachte. Net zoals de keren dat iemand verbaasd uitriep dat ze nooit hadden gedacht dat ik gay was – of juist het tegenovergestelde: dat ze het al vanaf de eerste seconde wisten.
Of ik gay overkom of niet, laat me intussen koud. Maar wat me blijft verbazen, is hoe hardnekkig mensen denken over vriendschappen tussen mannen. Alsof die aan ongeschreven regels moeten voldoen: stoer, afstandelijk, anders is het meteen ‘meer dan vrienden’. Voor gewone vriendschap tussen mannen lijkt er weinig verbeelding te bestaan. Je kunt je ook afvragen welke druk dit legt op mannen zelf. Hoeveel intimiteit houden zij bewust oppervlakkig uit angst om als niet-mannelijk of gay gezien te worden? Zou het kunnen dat sommige vriendschappen afstandelijker blijven omdat alles wat daarbuiten valt bij voorbaat een romantisch of seksueel label krijgt?
Die avond in het restaurant bracht me terug naar de middelbare school, waar jongens meer dan eens benadrukten dat ze absoluut niet gay waren en vroegen of ik verliefd op ze kon worden. Terwijl ik gewoon vrienden wilde zijn, maakte ik duidelijk dat ze niet mijn type waren en was ik bang dat ik alleen vriendschappen met vrouwen zou kunnen hebben.
Voor mijn vrienden is het totaal geen belediging om voor gay aangezien te worden. Maar sommigen geven aan daardoor een enorme druk te voelen – vooral van hetero vrouwen – om ‘mannelijk’ te zijn, uit angst afgewezen te worden. Voor zover ik begrijp, beperkt die constante bewaking van hun gedrag hen meer dan mijn aanwezigheid ooit zou kunnen doen.
Gelukkig heb ik sinds mijn studententijd een gemêleerde vriendengroep opgebouwd, met lhbtiqa+ mensen, hetero vrouwen én mannen. Mensen blijven de behoefte voelen mijn vriendschappen met mannen te labelen; zo noemde iemand het ooit een ‘bromance’. Maar al mijn vrienden zijn mensen op wie ik kan rekenen en met wie ik over alles kan praten. Voor mij heet dat gewoon vriendschap.