Enzo Pérès-Labourdette in een donker spijkerjack tegen een paarse achtergrond.

Column Enzo: homo zijn tussen hetero’s op een housewarming

“Ik dacht dat gays en meiden altijd bondgenoten waren”

Leestijd: 2 min

Ik doe al tien minuten alsof ik het heel druk heb op mijn telefoon. Wat ik werkelijk doe is een excuus bedenken om de housewarming van een vriendin van mijn man te verlaten. Terwijl ik er net ben. Wanneer het nep-whatsapppen in de vorm van scrollen op Instagram wel heel asociaal aan begint te voelen, loop ik naar de tafel die gedekt is met de moderne variant van blokjes kaas en leverworst: plastic bakjes hummus en snackworteltjes.

Strategisch probeer ik de nieuwe jongen te vermijden: de vriend van mijn man’s meest chaotische vriendin. Ze hebben drie maanden iets en hij is nu al overal bij. Mijn man is er trouwens niet, die werkt een tijd in het buitenland. Zodra ik zie dat de nieuwe jongen ook aanstalten maakt richting de tafel, vlucht ik door het smalle Amsterdamse keukentje naar het balkon. Dan lukt het de nieuwe jongen alsnog om me met zijn grote lichaam te corneren. Op het balkon, waar vluchten niet mogelijk is, spreekt hij me voor de tweede keer op de avond aan. Ditmaal met de vraag die elke homo duizendmaal gehoord heeft. “Maar hoe werkt dat dan”, zegt hij half lachend. “Is een van jullie dan het vrouwtje thuis?”

Met een gezichtsuitdrukking die pingpongt tussen verwondering en walging kauwt hij met open mond op een toastje. De kruimels verzamelen zich in z'n onverzorgde baard. “Nou, schat!”, De chaotische vriendin slaat hem lachend op zijn borst. Maar daar blijft het bij. Hij pakt haar bij haar middel en trekt haar strakker tegen zich aan. Hij lacht nog harder. “Ik ben gewoon benieuwd, het is toch een beetje….” Ik vul z'n zin al aan in mijn hoofd. ‘Vreemd.’ Maar er volgt een ergere: “…vies?” Zij giechelt harder. Het balkon is ineens ongemakkelijk stil. Ik lach nep mee. Mijn duim wrijft over het natte etiket van m'n lege flesje tot het papier loslaat. “Even een nieuw biertje pakken.”

“maar nu is de dag gekomen. de dag waar queers elkaar voor waarschuwen. de dag dat een vriendin thuiskomt met een jongen die het niet zo op gays heeft”

=

Eenmaal binnen scan ik de ruimte om te kijken wie er nog meer aangekomen is. Geen van de andere gays uit de vriendengroep is er. Door het privilege in het centrum Amsterdam te wonen, vergeet ik soms hoe het is. Homo zijn. Zonder de dagelijkse reminders dat ik 'anders' ben dan de norm. Anders dan in het gehucht waar ik als tiener woonde, ben ik hier inmiddels bijna vergeten dat ik gay ben.

Maar nu is de dag gekomen. De dag waar queers elkaar voor waarschuwen. De dag dat een vriendin thuiskomt met een jongen die het niet zo op gays heeft. Vooral ben ik kwaad op mezelf. Dat ik ben gaan geloven in de illusie dat gays en meiden elkaars allies zijn. Dat ik, wanneer het erop aankomt, toch m'n mond hou. Met een slap excuus over de hond vertel ik in de keuken dat ik helaas echt moet gaan, ook al vond ik het ontzettend gezellig.

De nieuwe jongen stapt vanaf het balkon de keuken in. Al wijzend begint hij meteen tegen de gastvrouw te praten: “Wist je dat hij een homo is?” Verward kijkt ze hem aan. “Wat is dat nou weer voor rare vraag?” Dan zegt ze tegen chaotische vriendin: “Voed hem even op, anders doe ik dat zo voor je.”

Flabbergasted kijkt ze mij weer aan. “Wat een loser”, zegt ze. “In welk steegje is ze die nou weer tegen gekomen?” Ik sta met m'n jas half aan en mijn telefoon nog in m'n hand. Tien minuten geleden had ik dit bondgenootschap net afgeschreven.

Ik stop m'n telefoon terug in m'n broekzak en blijf toch maar wat langer. Maar ik weet wel welke feestjes ik in de toekomst vermijd.

Powered by Labrador CMS