Pim Blom schreef een boek over queer-zijn als kracht op de werkvloer
Voor zijn boek Door het Regenboogplafond sprak Pim Blom met vijftien lhbtiqa+ leiders. Zo ontdekte hij een drietal positieve kanten van anders zijn op de werkvloer. “Het feit dat ik queer ben, zie ik als een cadeautje.”
Stel, er bestaat een toverstok waarmee ik mezelf heteroseksueel zou kunnen maken: zou ik daar dan gebruik van maken? Het is een vraag die in mijn hoofd regelmatig opdook toen ik als puber worstelde met mijn seksuele oriëntatie. Lange tijd – ook nog na mijn coming-out – beantwoordde ik die hypothetische vraag volmondig met ja. Dan hoefde ik immers niet uit de kast te komen, werd ik op straat niet meer uitgescholden en kon ik samen met een vrouw een gezin stichten – zoals de ongeschreven regels van de maatschappij suggereerden.
Met de jaren leerde ik mezelf, inclusief mijn homoseksualiteit, steeds beter te omarmen. Toch blijft het wringen dat er talloze situaties zijn waarmee cisgender hetero personen nooit te maken krijgen. Neem de werkvloer, waar we gemiddeld zo’n dertig uur per week doorbrengen. Cijfers laten zien dat lhbtiqa+ personen daar vaak terug de kast in gaan of hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit helemaal verzwijgen. Daarnaast krijgen zij op de werkvloer aanzienlijk vaker te maken met discriminatie – transgender en non-binaire personen in het bijzonder. Het creëert barrières die de weg voor lhbtiqa+ professionals naar de top bemoeilijken en die samen bekendstaan als het regenboogplafond.
Maar wat als die barrières en het op jonge leeftijd ontdekken dat je afwijkt van de cis-heteronorm ook een positieve kant kennen? Zou het kunnen dat lhbtiqa+ personen daardoor juist bepaalde kwaliteiten hebben ontwikkeld? En welke zijn dat dan? Om antwoord te krijgen op die vragen sprak ik voor mijn boek Door het regenboogplafond met vijftien lhbtiqa+ personen in uiteenlopende leiderschapsrollen: van ceo tot topambtenaar en van Tweede Kamerlid tot ondernemer.
1. emphatie
De eerste kwaliteit die in mijn gesprekken unaniem naar voren kwam, is empathie: het vermogen je in de gevoelens van anderen in te leven. Dat geldt bijvoorbeeld voor Bob Beusekom, interim financieel executive en bestuurder bij de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants: “Doordat ik biseksueel ben, weet ik hoe het is om buiten de meerderheid te vallen. Monoseksualiteit is nog steeds de norm in onze maatschappij – ook binnen de queer community – en aangetrokken zijn tot meerdere genders stuit vaak op verwarring. Zo zei een collega ooit: ‘Ik begrijp er niks meer van: nu is Bob weer hetero en volgende maand weer homo.’ Door zulk soort opmerkingen kan ik me beter inleven in collega’s die ook met uitsluiting of discriminatie te maken krijgen. Binnen mijn positie als leider zorgt dit ervoor dat mensen zich sneller kwetsbaar durven opstellen en dat ik vaak beter begrijp hoe ik hen kan ondersteunen.”
het goede voorbeeld
Volgens Sophie van der Schaft, founder en co-ceo van marketingbureau AndAgencyAmsterdam, is een ander voordeel van empathie als leider, dat je beter kunt bepalen welke mensen geschikt zijn voor welke plek. “Omdat ik trans ben, voel ik snel aan hoe anderen zich voelen. Ik heb snel een beeld van wat mensen hun capaciteiten zijn, maar doorzie ook snel hun onzekerheden. Noem het mensenkennis. Dat helpt me om het beste in mensen naar boven te halen. Ik kan vaak zeggen: ‘Jij zou perfect met deze persoon samenwerken’ of ‘Dit project past echt bij jou’. Dat helpt niet alleen voor de prestaties en het plezier van mijn werknemers, maar ook voor het groeien van ons bedrijf.”
Ingrid Tappin, voormalig manager bij Accenture en nu ceo van sociale impactorganisatie Diverse Leaders in Tech, weet dankzij haar empathisch vermogen snel een omgeving te creëren waarin collega’s zich op hun gemak voelen. “Omdat ik weet hoe lastig het is om openlijk toe te geven dat je afwijkt van een norm, probeer ik zelf het goede voorbeeld te geven. In voorstelrondjes vertel ik zo snel mogelijk dat ik een vrouw als partner heb, in de hoop dat anderen die – op welke manier dan ook – afwijken van de norm, zich gezien en gesterkt voelen. Het klinkt misschien gek, maar ik zie het feit dat ik queer ben eigenlijk als een cadeautje. Door mezelf open te stellen, kan ik bijdragen aan een werksfeer waarin anderen zich veilig genoeg voelen om hetzelfde te doen.”
“als je gay bent, moet je op jezelf leren vertrouwen – alleen al omdat je honderden keren uit de kast moet komen”
2. veerkracht
De tweede kwaliteit die vrijwel alle vijftien leiders uit mijn boek noemen, is veerkracht – of, zoals het vaak in het Engels wordt genoemd, resilience. De obstakels die ze door hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit overwonnen, hebben hen niet alleen mentaal sterker gemaakt, maar ook flexibeler en beter in staat om met verandering om te gaan. Waar anderen misschien uit het veld geslagen zouden zijn door tegenslagen, leerden ze door te zetten – en dat helpt ook in hun rol als leider.
Zo zag Sophie van der Schaft die eigenschap al op jonge leeftijd bij zichzelf terug, toen haar wereld niet helemaal instortte na het overlijden van haar stiefvader. Ook op de werkvloer komt die eigenschap van pas. “Door mijn veerkracht durf ik bijvoorbeeld meer risico’s te nemen”, aldus Sophie. “Dan denk ik: wat is nou het ergste wat kan gebeuren? In negen van de tien gevallen valt dat eigenlijk wel mee. Juist als ondernemer stelt dat me in staat om nieuwe kansen te pakken en buiten de gebaande paden te denken. Zoals het opzetten van nieuwe afdelingen, het aantrekken van uniek talent of het uitbreiden van onze activiteiten buiten de Nederlandse grenzen.”
opgeheven hoofd
Bij Sander van ’t Noordende, ceo van uitzendbureau Randstad, werd zijn veerkracht op de proef gesteld toen hij kans maakte wereldwijd ceo van Accenture te worden, maar die rol uiteindelijk naar iemand anders zag gaan. “Het feit dat ik die positie niet kreeg, was een van mijn grootste professionele tegenslagen”, zegt Sander. “Ruim dertig jaar werkte ik bij Accenture, maar uiteindelijk gaven ze de voorkeur aan iemand anders. Ik weet niet of het feit dat ik gay ben heeft geholpen bij het verwerkingsproces, maar ik denk wel dat je, doordat je gay bent, meer op jezelf moet leren vertrouwen – alleen al omdat je honderden keren uit de kast moet komen. Ik denk dat dit ‘stretchen’ van jezelf, zoals ik dat graag noem, ook helpt bij het overkomen van tegenslagen. In dit geval betekende dat voor mij: met opgeheven hoofd de organisatie verlaten om een prachtige wereldreis te maken. Daarna zou ik wel weer kijken wat ik ging doen.”
3. openheid
De derde kwaliteit die in mijn gesprekken met de vijftien leiders herhaaldelijk terugkwam, is openheid: de bereidheid om nieuwe ideeën, ervaringen of perspectieven toe te laten zonder direct (voor)oordeel. Die eigenschap is kenmerkend voor de vijftien leiders uit mijn boek, juist doordat zij zich veilig en succesvol hebben moeten bewegen in een maatschappij waarin hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit afwijkt van de norm.
Een goed voorbeeld hiervan is hoe Matthijs Welle, ceo bij hotelmanagement-softwarebedrijf Mews, de maandelijkse all hands – een online vergadering voor alle werknemers – invult. Matthijs: “Tijdens die meeting zorg ik ervoor dat er altijd een collega spreekt over een onderwerp waarvan ik – en waarschijnlijk vele collega’s met mij – nog weinig weet. Ik wil daar dan graag meer over leren, niet via modellen of flipcharts, maar door de verhalen van de persoon achter zo’n onderwerp. De ramadan is zo’n voorbeeld: als witte man, opgegroeid in Etten-Leur, wist ik daar bar weinig van. Hoe combineer je dat met werk? En hoe kunnen collega’s daarin steun bieden? Dan benader ik een collega met de vraag of die daarover wil vertellen aan de rest van het bedrijf. Ik leid dat gesprek dan, stel vragen en zorg dat diegene zich op zijn, haar of diens gemak voelt. Het moet geen interview worden, maar een echt gesprek.”
betere besluitvorming
Ook Jacqueline van den Ende, co-founder en ceo van duurzaam investeringsplatform Carbon Equity, ziet de kracht van openstaan voor nieuwe ideeën. “Recentelijk uitte iemand uit ons managementteam de zorg dat de CFO en ik te veel beslissingen samen nemen. Daardoor voelt de rest van het team zich soms buitenspel gezet. We zijn dat toen samen gaan onderzoeken. Niet alleen door te vragen waar dat gevoel bij hem vandaan kwam, maar ook door kritisch naar mezelf te kijken. Toen realiseerde ik me dat ik veel verantwoordelijkheid op mijn schouders neem en vaak het idee heb dat ik met de oplossing moet komen. Maar dat is niet per se zo.”
Door dat inzicht te delen, ontstond er een open gesprek waarin het managementteam samen nadacht over een betere besluitvorming. “Het feit dat we daar open over konden praten en dat ik kon toegeven dat dit misschien een rol speelt, hielp enorm om het gesprek te openen en samen tot een oplossing te komen. Die openheid – voor nieuwe inzichten, voor feedback en voor de mogelijkheid dat je nog niet alles weet – helpt niet alleen in dit soort gesprekken, maar in leiderschap in het algemeen.”
Waar in het nieuws vaak de nadruk ligt op de uitdagingen voor lhbtiqa+ personen, suggereren mijn gesprekken met vijftien leiders uit de lhbtiqa+ gemeenschap dat het afwijken van de norm ook een bron van kracht kan zijn. Het feit dat zij van jongs af aan wisten anders te zijn dan leeftijdsgenoten, gaf hun de kans waardevolle eigenschappen te ontwikkelen: empathie, veerkracht en openheid. Dus als die toverstok ooit weer lonkt, weet dan dat je die vriendelijk de deur kunt wijzen. Want queer-zijn is een kracht, op de werkvloer en daarbuiten.
Het boek Door het regenboogplafond van Pim Blom is nu overal verkrijgbaar, o.a. via Bol.com.