Hoe de anti-rechtenbeweging het rechtssysteem misbruikt om activisten te intimideren
Activist Tijn de Jong vestigde online aandacht op de transfobe uitingen van een Nederlandse coach en raakte vervolgens verwikkeld in een SLAPP-zaak. Een juridische procedure die dient om kritische stemmen te intimideren. “Deze zaken hebben een verlammend effect.”
In een Amsterdamse rechtszaal zitten op 8 december 2025 enkele tientallen mensen op houten banken: aan de ene zijde een groep witte vrouwen van middelbare leeftijd, aan de andere, achter de beklaagde, een meer (gender)diverse groep van verschillende leeftijden. Voorin spreken advocaten over reputatieschade, cliëntenverlies en vrijheid van meningsuiting. Het hoger beroep dat vandaag wordt behandeld draait om de volgende vraag: is er sprake van smaad bij het citeren van transfobe uitspraken die iemand publiekelijk heeft gedaan?
aanklacht van een ‘gendercriticus’
De kern van dit conflict ligt bij een LinkedIn-bericht van de non-binaire auteur en activist Tijn De Jong. Die deelde screenshots van openbare X-uitingen van zelfverklaard ‘gendercriticus’ Caroline Franssen waarin zij trans vrouwen neerzette als narcisten, fetisjisten en ‘gevaarlijke mannen’, en trans mannen en non-binaire mensen als verward. In diens LinkedIn-post vestigde De Jong aandacht op deze transfobe uitspraken en vroeg die gedeelde connecties of zij zich bewust waren van Franssens standpunten.
sommige rechtszaken worden niet primair aangespannen om te winnen, maar om te intimideren.
Franssen zag dit als een aanval op haar persoon en werk als zelfstandig coach. Volgens haar ging De Jong een grens over. Zij stelde dat het delen van haar uitingen in een professionele context leidde tot reputatieschade en mogelijk verlies van cliënten. De Jong weigerde het bericht te verwijderen, waarna Franssen een kort geding aanspande.
vrijheid van meningsuiting
De rechter gaf in de eerste procedure een helder oordeel: het citeren en becommentariëren van publiek toegankelijke berichten valt onder de vrijheid van meningsuiting, zeker wanneer het gaat om deelname aan een maatschappelijk debat. Franssen had bovendien niet aannemelijk gemaakt dat zij daadwerkelijk cliënten was verloren als gevolg van De Jongs LinkedIn-post. Daarbij woog de rechter mee dat Franssen zelf scherpe en kwetsende uitlatingen doet over trans personen. In zulke omstandigheden, zo oordeelde de rechtbank, moet zij rekening houden met stevige kritiek.
Franssen legde zich niet neer bij die uitspraak en ging in hoger beroep. Haar advocaat sprak daarbij over “zakelijke liquidatie” en het “vogelvrij verklaren” van een zelfstandige professional. Maar net als in eerste aanleg verliest Franssen ook het hoger beroep. Deze uitkomst alleen vertelt echter niet het volledige verhaal.
strategische uitputting
Juridische experts en mensenrechtenorganisaties wijzen erop dat sommige rechtszaken niet primair worden aangespannen om te winnen, maar om te intimideren. Zulke procedures staan bekend als Strategic Lawsuits Against Public Participation, oftewel SLAPP-zaken. Het doel is niet noodzakelijk een gunstige uitspraak, maar het opleggen van kosten, stress en onzekerheid aan critici, en het afschrikken van anderen die overwegen zich uit te spreken.
“een dergelijke rechtszaak kan makkelijk een jaar van iemands leven kosten”
“Dit is een bekende en veelgebruikte tactiek om gemarginaliseerde groepen en mensen die de macht bevragen monddood te maken”, aldus een woordvoerster van Transgender Netwerk. “Internationale anti-rechtenbewegingen hebben een hele infrastructuur opgezet om dit soort zaken aan te moedigen en in veel gevallen ook te bekostigen. Eisers hopen dat de mentale en financiële tol die dit eist van verweerders werkt als afschrikmiddel. Een dergelijke rechtszaak kan makkelijk een jaar van iemands leven kosten, waarbij de gedaagde ondertussen voor enorme juridische kosten komt te staan. De kans is bovendien groot dat je tijdens de zittingen herhaaldelijk wordt geconfronteerd met haatdragende uitspraken, of, zoals in deze zaak, met het constante misgenderen door de aanklager”, aldus de woordvoerster. Franssen hanteerde in de rechtszaal herhaaldelijk express onjuiste voornaamwoorden wanneer zij sprak over De Jong. In het slotwoord gaf die aan dat de procedure een verlammend effect had gehad op diens bereidheid om zich publiekelijk uit te spreken. Dat zogeheten ‘chilling effect’ is precies waar het bij SLAPP-zaken om draait.
juridisch misbruik
Op deze manier wordt volgens de woordvoerster van Transgender Netwerk opzettelijk misbruik gemaakt van het rechtssysteem om gemarginaliseerde groepen te beperken in hun vrijheid van meningsuiting. Buitenlandse anti-rechtenbewegingen richten zich al langere tijd op Nederland en kunnen via deze weg veel invloed uitoefenen op onze maatschappij, aldus de woordvoerster. “Daarom is het van groot belang dat de overheid kijkt naar mogelijkheden om dit soort juridisch misbruik te voorkomen.”
“op deze manier wordt geprobeerd trans mensen te beperken in hun recht zich publiekelijk uit te spreken tegen de haat waarmee zij te maken krijgen”
Het voorkomen van SLAPP-rechtszaken staat inmiddels op de politieke agenda. De Europese Unie heeft een Anti-SLAPP-richtlijn aangenomen die lidstaten verplicht om extra procedurele waarborgen in te voeren tegen misbruik van het rechtssysteem. De Raad van Europa waarschuwt eveneens dat SLAPP-zaken een structurele bedreiging vormen voor democratische participatie en vrije meningsuiting. Nederland werkt momenteel aan de implementatie van deze richtlijn, met een deadline in 2026.
de prijs van tegenspraak
Deze zaak is in die context groter dan een conflict tussen twee mensen op sociale media. Het gaat hier om de norm dat publieke uitingen publiekelijk bekritiseerd mogen worden, zeker wanneer die gaan over de rechten en waardigheid van een minderheid. Volgens Transgender Netwerk komt de vrijheid van trans personen om zich uit te spreken door zaken als deze onder druk te staan. “Trans mensen die zichtbaar zijn op internet krijgen al te maken met een ongekende hoeveelheid haat en intimidatie. Op deze manier wordt ook nog geprobeerd hun recht in te perken om zich daar publiekelijk tegen uit te spreken.”