Acteur Freek Bartels over Cabaret: “Laat mij die queer rollen maar spelen”

Leestijd: 7 min

In een nieuwe versie van Cabaret door regisseur Daria Bukvic speelt Freek Bartels de buitenstaander Clifford Bradshaw. Hij vertelt hoe sluimerend fascisme de musical akelig actueel maakt. 

Cabaret is al vaak opgevoerd, in behoorlijk verschillende versies. Wat wordt er anders aan deze productie? “Dat moeten we nog een beetje gaan ontdekken. Als ik Daria moet geloven, en dat doe ik, wil zij in deze versie wat meer het duistere opzoeken en wat minder het entertainmentgedeelte. Het is er allebei, dat is ook zo mooi aan het stuk. Je kunt in de Kit Kat Club verdwalen en vluchten voor de werkelijkheid, weg van wat er buiten op straat gebeurt. Ik heb wel het gevoel dat de nadruk dit keer iets meer op die duistere kant komt te liggen.” 

In een bekende versie eindigt de voorstelling heel expliciet, met de cast in concentratiekampkleding. Weet jij al hoe deze versie eindigt? “Dat was volgens mij de versie van Sam Mendes, die jaren geleden in Amsterdam te zien was met Ara Halici als Emcee. Ik weet niet of dat in deze versie ook gaat gebeuren, maar ik heb wel al ontwerpen gezien van Studio Dennis Vanderbroeck voor de vormgeving. Dat is echt totaal iets anders dan wat er volgens mij tot nu toe ooit bij dit stuk is gedaan. Echt waanzinnig, ik ben er heel enthousiast over.” 

“dat herken ik wel: dat naïeve, dat bleue van een onschuldige jongen die voor het eerst in de grote stad komt”

Jij speelt Clifford Bradshaw, die als buitenstaander Berlijn binnenkomt en gefascineerd raakt door die vrije, opwindende wereld van de Kit Kat Club. Wat vind je interessant aan hem? “In alle eerlijkheid vind ik dat Clifford in veel versies van Cabaret die ik zag, ook in de film, iets lijzigs heeft. Het overkomt hem allemaal maar. Zo wordt hij niet per se in de scriptuur omschreven. Ik ben dus nieuwsgierig hoe we hem misschien iets meer ballen kunnen geven. Wat ik mooi aan hem vind, is dat hij een beetje de katalysator van het verhaal is. Je stapt als publiek als het ware via hem die wereld in en gaat aan het eind ook weer met hem weg. Clifford is een observerend personage, minder uitgesproken misschien dan de Emcee of Sally Bowles, maar je hebt hem wel nodig. Ik denk dat hij voor de kijker het meest herkenbaar is. Ik moet met Daria nog gaan zoeken hoe we dat precies invullen, maar ik heb zin om het anders te doen.” 

Herken je uit je eigen leven het gevoel dat je als buitenstaander een nieuwe stad en een onbekende wereld binnenstapt? “Zeker. Het huis waar ik nu woon, was vroeger van mijn oom. Hij ging een keer op vakantie toen ik negentien was. Ik woonde nog niet in Amsterdam, maar mocht een dag of tien in zijn appartement verblijven. De Thermos Sauna zat toen nog in de Kerkstraat, waar nu volgens mij een heel chic appartementencomplex zit. Ik ben echt vier, vijf keer langs die ingang gelopen, met een kloppend hart. Uiteindelijk ben ik toch naar binnen gegaan. Dus dat herken ik wel: dat naïeve, dat bleue van een onschuldige jongen die voor het eerst in de grote stad komt. Mijn oom had ook een stapel Playboys op zijn toilet en overal vond je sigaretten en beeldjes van vrouwen met borsten. Amsterdam had wel iets; daar gebeurden andere dingen, vond ik toen. Ik kom uit Tilburg, dat is op zich niet een dorp of zo, maar er is wel een verschil.” 

Cabaret speelt zich af in een samenleving waarin fascisme niet plotseling verschijnt, maar langzaam normaler wordt. Zie jij parallellen met de huidige tijd? “Ja, ik denk het wel. Het stuk is helaas weer eng actueel. Zeker dat sluimerende, dat vandaag de dag vooral via social media plaatsvindt. Het is gewoon eng dat mensen op een bepaalde manier worden geïndoctrineerd, bijna. Dat je denkt: mensen gaan zelf helemaal niet meer nadenken. Misschien is niet eens het extremisme zelf het engste, maar hoe makkelijk mensen het laten gebeuren en erin meegaan. Ik hoorde laatst iemand zeggen: ‘We zijn tolerant geworden voor intolerantie.’ Dat vond ik zó raak. Dat is precies wat er nu aan de hand is. Het is heel erg dat we als community zo’n aanslag op de Pride in Berlijn bijna normaal gaan vinden. Er zijn akelig veel parallellen.” 

Een van de ongemakkelijkste ideeën in Cabaret is dat wegkijken óók een keuze is. Heeft de voorstelling je anders laten nadenken over je eigen verantwoordelijkheid? “Dat heeft zeker effect. Vorige zomer speelde ik in Willem & Frieda, over Willem Arondéus en Frieda Belinfante die tijdens de Tweede Wereldoorlog een aanslag pleegden op het bevolkingsregister. Net als bij Show Ponies [voorstelling van Alex Klaassen - red.] merkte ik ineens: mijn eigen seksualiteit komt via mijn werk heel dichtbij. Ik ben van nature niet per se iemand die meteen boven op de barricade springt. Maar als het via mijn werk kan en mensen het op die manier zien, als ik er zo aandacht voor kan vragen, dan vind ik dat heel belangrijk. Daar ben ik me, naarmate ik ouder word, bewuster van geworden. Toen ik net in musicals begon, was ik negentien, twintig. Ik kon soms de drang hebben om vooral een hetero man te willen spelen. Dat heb ik ook gedaan. Nu denk ik: laat mij maar die queer rollen spelen. Ook omdat er tegenwoordig meer vlees aan het bot zit bij die rollen. Ze zijn niet meer zo eendimensionaal. Ook om te laten zien dat dit soort dingen gewoon nog steeds aan de hand zijn. Ik ben dus activistischer geworden, maar wel via mijn werk. Dat vind ik een fijne ingang. Privé bespreek ik het toch liever binnen vier muren met mijn vrienden.” 

Je staat dus niet snel vooraan bij een demonstratie. Zou je bijvoorbeeld wel meelopen met een Pride Walk? “Ja, dat zou ik heel graag een keer doen. Het lukte me dit jaar niet, maar zoiets zou ik zeker doen.” 

Victoria Beckham deed ooit auditie voor de Spice Girls met ‘Mein Herr’. Cabaret zit sowieso vol beroemde nummers. Is er een lied waar je iedere avond opnieuw naar uitkijkt, ook als je het niet zelf zingt? “O ja? Wat een leuk verhaal. Het zijn allemaal wel knallers, wat dat betreft. ‘I Don’t Care Much’ vind ik heel mooi. Dat zingt de Emcee op ongeveer driekwart van de voorstelling. Je ziet dan dat de hoop die er eventueel voor Cliff en Sally was, of in ieder geval vanuit Cliff gezien, in elkaar dreigt te vallen. Dat idee van: ‘Wellicht kunnen wij een gezin stichten en is dat een houvast’. Dan verschijnt de Emcee en zingt hij dat lied. Dat vind ik altijd heel mooi. Als kijker voel je de stemming wegzakken en denk je: ze hebben het zo hard geprobeerd, maar het gaat toch niet lukken. Het is vooral schrijnend.” 

Bij deze productie zit een deel van het publiek op het podium, midden in de wereld van de Kit Kat Club. Verandert dat iets aan hoe je speelt? “Ik ben benieuwd hoe dat gaat zijn. Ze zitten wel hoog, dus niet op het speelvlak, maar iets boven ons. Misschien helpt dat en ben ik me er wat minder van bewust dat ze daar zitten. Dat moet ik nog gaan ervaren.” 

Je hebt inmiddels behoorlijk wat grote musicalrollen gespeeld. Voor welke rol mogen ze je morgenochtend bellen? “Als het ooit nog eens terugkomt, zou ik heel graag de Regelaar in Miss Saigon spelen. Dat lijkt me te gek. Ik zag dat ze die rol in een recente versie anders en meer gendernon-conform hadden ingevuld. Dat vond ik interessant, omdat die vorm van genderexpressie daar en in die tijd natuurlijk ook al bestond. Vorig jaar kwam Hadestown natuurlijk naar Amsterdam. Daar had ik ook heel graag in gestaan. Maar verder heb ik niet echt zo’n lijst meer. Toen ik net klaar was met mijn opleiding, waren er ontelbaar veel rollen die ik dolgraag wilde spelen. Nu ben ik toch meer voorstander van nieuw materiaal en nieuwe rollen. Ik vind het leuk om als eerste ergens invulling aan te geven.” 

“activistische stukken moeten ook een podium krijgen. als je het goed doet, maakt het echt wel wat los”

Welke musical die hier nauwelijks of nog nooit goed is opgevoerd, zou je dolgraag in een Nederlands theater willen zien? “The Light in the Piazza vind ik zo’n ongelooflijk mooi stuk, al is dat inmiddels ook alweer wat ouder. Verder vind ik eigenlijk dat alles van Sondheim gewoon naar Nederland moet komen. Het hele oeuvre. Zoals Company. Ja, dat is mijn final answer. Ik ben een groot Sondheim-liefhebber.” 

Mag musical in Nederland vaker politiek of maatschappelijk ongemakkelijk worden? “Als het aan mij ligt, mag het allemaal minder commercieel en moeten activistische stukken ook een podium krijgen. Ik snap dat het lastig is, zeker in Nederland. In New York en Londen kunnen ze zich dat soort dingen veel sneller permitteren. Maar opmerkingen als ‘dat is te niche’ of ‘dat vinden mensen te ingewikkeld’, daar geloof ik niet zo in. Laat het ze maar gewoon zien. Als je het goed doet, kan het echt wel iets losmaken.” 

Stel dat Clifford Bradshaw in 2026 in Amsterdam aankomt in plaats van in het Berlijn van 1929. Waar zou hij als eerste door gefascineerd raken? “Club Church. Ja, toch? Als ik het een beetje vergelijk met de Kit Kat Club, zou dat misschien zo’n plek zijn. Maar ik vind het lastig om me voor te stellen of iemand nu nog op dezelfde manier zo’n nieuwe wereld binnenstapt. Je bent tegenwoordig minder snel wereldvreemd door alle toegang die je online tot informatie hebt. Dat is natuurlijk een groot verschil met het Berlijn rond de jaren dertig. Maar als je als jonge queer hier in de stad komt, kun je je zeker laven aan alles wat er is.”

Cabaret, waarin naast Freek Bartels ook Chantal Janzen voor het eerst in tien jaar op de planken staat, is van 7 oktober t/m 3 januari te zien in het DeLaMar theater in Amsterdam. Meer info en tickets (óók podiumtickets) op delamar.nl.  

Powered by Labrador CMS