Podcast: auteur Ian Wade vertelt over zijn boek 1984, The Year That Pop Went Queer
Madonna, Frankie Goes to Hollywood, Cyndi Lauper, Bronski Beat, George Michael, ze komen allemaal voorbij
Het is 1984 als Bronski Beat, Frankie Goes to Hollywood en Divine hun eerste hits scoren. Ze zijn expliciet gay en in hun spoor zullen velen volgen. Hierover gaat het boek 1984, The Year That Pop Went Queer van Ian Wade. In de podcast Queer the Music vertelt hij over het boek, de artiesten en de rol van allies als Madonna en Cyndi Lauper.
We hebben hier al vaker geschreven over de podcat van Scissor Sisters-frontman Jake Shears, Queer the Music. Inmiddels is hij bezig met zijn tweede seizoen waarin hij prominente queer artiesten bevraagt over hun ervaringen als artiest die openlijk lhbtiq of plus is ten opzichte van de mainstream popcultuur.
In de nieuwste aflevering van Queer the Music staat auteur Ian Wade centraal. Hij vertelt aan Jake Shears alles over zijn boek 1984, The Year That Pop Went Queer, waarin hij stelt dat de hitlijsten in specifiek dit popjaar bolstonden van de eerste queer artiesten. In zijn boek laat hij zien dat de eerste openlijk homoseksuele bands hun opmars maakten, waaronder Bronski Beat met Jimmy Somerville en hun ‘Smalltown Boy’ en Frankie Goes to Hollywood met ‘Relax’. In datzelfde jaar maakte Queen een comeback met ‘Radio Ga Ga’ en ‘I Want to Break Free’ en kwam George Michael met ‘Carless Whisper’ en scoorde hij zijn grootste hit met Wham!, ‘Wake Me Up Before You Go-Go’.
Maar dat was nog lang niet alles. Dead or Alive scoorde dankzij Stock, Aitken & Waterman hun eerste top 10-hit met ‘You Spin Me ‘Round (Like a Record)’ en Divine scoorde hoog met 'You Think You’re a Man’, ook dankzij SA&W (en een beetje dankzij New Order). Verder stonden er hits in de lijsten die het goed deden in het queer nachtleven, zoals de high-energy van Hazell Dean en andere hits van Miquel Brown (‘So Many Men, So Little Time’), en The Weather Girls (It’s Raining Men’).
expliciet gay én op zoek naar een hit
Aan Jake Shears vertelt Ian Wade dat hij eigenlijk een boek wilde schrijven ter gelegenheid van het vijftigjarige jubileum van de Stonewall-rellen, maar gaandeweg zijn research bleef het getal 1984 maar terugkomen als sleuteljaar. Hij merkte op dat Bronski Beat en Frankie Goes to Hollywood een stijlbreuk vormden met eerdere artiesten door zichzelf te presenteren als expliciet gay én vol voor een hit te gaan. In hun slipstream waren er artiesten als Boy George en Marc Almond die hun seksuele voorkeuren nog voor zich hielden (die eerste zei: “Ik drink liever een kopje thee in plaats van seks te hebben “ en de laatste riep dat hij ‘de ware’ nog niet was tegengekomen, de ware vriendin welteverstaan).
Wade vertelt waarom juist 1984 een jaar was waarin de tijd rijp werd voor meer openheid, en dan met name in het Verenigd Koninkrijk. Het was de tijd van Margaret Thatcher en de grote protesten tegen haar conservatieve beleid. De tijd waarin homoseksualiteit niet besproken werd in het openbaar en de ‘age of consent’ voor iedereen behalve queer personen naar 16 jaar ging. In die tijd besloten steeds meer artiesten dat ook zij zichzelf wilden zijn, en dat deden ze ook.
madonna en cyndi lauper als ally
Naast artiesten die zelf gay of queer waren, presenteerde een andere groep zichzelf vanaf het begin als ‘ally’. Cyndi Lauper en Madonna braken in 1984 wereldwijd door met hun albums She’s So Unusual en Like a Virgin. Vanaf het begin nam Lauper geen blad voor haar mond en liet zien dat je ook als hetero niet aan de norm hoefde te voldoen.
Madonna ging volgens Wade nog een stap verder. In een tijd dat hiv en aids nog taboe waren, werkte zij mee aan benefietavonden. Vijf jaar na 1984 verscheen Like a Prayer, Madonna’s vierde studioalbum waarin een flyer was gestoken met een oproep tot safe seks en instructies hoe je hiv kon voorkomen. Volgens Wade nam Madonna hiermee een groot risico: de auteur stelt dat het als een boemerang in haar gezicht had kunnen terugslaan.
voorvechters voor openheid
In ruim een half uur komen verhalen voorbij van Wade en ook Shears over hun herinneringen aan artiesten die zich hebben opgeworpen als voorvechters voor openheid en gelijke rechten. De Pet Shop Boys worden genoemd, evenals de undergroundscene in New York met acts als Man 2 Man (Meet Man Parrish) en de beroemde producer Bobby Orlando. Hierbij stoppen ze niet bij 1984, want van de hedendaagse artiesten zijn het Christine and the Queens en Chappell Roan die ze nu zien als artiesten die het hokjesdenken achter zich hebben gelaten.
Queer the Music met Ian Wade levert kortom een fraai half uur luister- en kijkplezier op. Hier de beelden!