Schrijver Splinter Chabot over zijn bestseller Twee Prinsen: “Ik ben boos en dat zit diep in dit boek”

Leestijd: 7 min

In de voetsporen van Reve schrijft Splinter Chabot vrijuit over, voor sommigen, controversiële thema's. Gevolg: Twee Prinsen staat in de top 3 van bestverkochte boeken. Maar sommige boekhandels weigeren de titel in hun assortiment, met dank aan de vrijheid van onderwijs.

Je nieuwste boek, Twee Prinsen, is je eerste eigen roman in vier jaar. Hoe voelt dat? “Grappig, ik dacht eerst dat ik er amper druk van ervoer. Maar toen ik terugkeek, dacht ik: het is vier jaar geleden dat ik met een eigen boek uitkwam. En dat is een heel andere druk dan bijvoorbeeld twee jaar geleden toen we als gezin het boekenweekgeschenk schreven. Ik ben blij dat ik die tijd heb genomen. Om wat te groeien. Misschien volwassener te worden. Ik vang kritiek nu ook beter op. Ik weet nu veel beter voor wie ik dit doe.” 

Na Confettiregen kwamen er duizenden berichten van lezers. Hoe was dat? “Het was een tsunami. En ik was 23; dan ben je net een spons, eigenlijk. Als er dan een verhaal binnenkomt over iemand die mishandeld is, of misbruikt, of aangeslagen, dan raakt dat je, maar het gaat ook echt ín je zitten. De regen die in die brieven stond, ging ook in mijn hoofd zitten. Dat was geen confettiregen meer, dat waren donderwolken. Ik schilderde in die tijd, en mijn moeder zei op een dag: je schildert nu wel heel veel met alleen maar zwart. Toen dacht ik: oh.” 

Is Roze Brieven een reactie daarop? “Ja, het is een soort tussenboek. Wat moest ik nou met al die reacties? En dan krijg ik ook nog in boekhandels veel tekeningen mee en brieven van kinderen. Een jongen die schrijft dat hij zelf een moeilijke relatie met zijn vader heeft. Dat is zo lief. En zo zwaar tegelijk. Een psycholoog heeft mij op een gegeven moment gezegd: je bent geen hulpverlener. Je kunt alleen maar uit je eigen ervaring iets zeggen. En je hoeft niet alles meteen te beantwoorden. Dat klinkt simpel, maar het heeft echt geholpen. Want in het begin dacht ik: iemand opent zijn hart aan mij, dat verdient een antwoord. Ik voelde me verantwoordelijk voor iedereen. Dat is ook een gevaar. Je wordt zelf donkerder in je hoofd.” 

Daarna schreef je als de Hemel genoeg ruimte heeft, dat qua stijl een breuk is met Confettiregen. “Expres. Heel barok, heel geparfumeerd, lange zinnen, fantasie op fantasie op fantasie. Meanderende teksten, rivieren die eindeloos doorgaan. Heel romantisch. Ik wilde echt iets anders. En het gaf me vrijheid en mensen reageerden er heel verschillend op. Sommigen vonden het geweldig, anderen vonden het echt verschrikkelijk.” 

de invloed van rome en gerard reve op twee prinsen

En dan nu Twee Prinsen, dat speelt zich af in Rome. Waarom daar? “Ik had al jaren de wens om Rome een keer als decor te gebruiken. En als je in Rome bent en je eet een slecht ijsje, dan is het toch een lekker ijsje, want je bent in Rome. Dat werkt ook in een boek zo. Hoe verliefder de hoofdrolspelers Richard en Matteo worden, hoe meer gekleurde luchtballonnen er boven de stad zweven. Als je dat in Rotterdam doet, is het ongeloofwaardig. Maar in Rome denkt de lezer: dat zou best kunnen. Ik ging ook echt twee weken naar Rome om te schrijven. Net toen de paus dood was. Verdrietig natuurlijk. Maar ik ben naar de inauguratie van de nieuwe paus gegaan. Stond ik daar, helemaal vooraan, tussen de nonnen die aan het roddelen waren als middelbare schoolvriendinnen. Ik dacht meteen: die zin gaat het boek in. Als Matteo en Richard later in de tuinen van Villa Borghese liggen, komt er een groepje nonnen voorbij. Dat maakt de scène echter, completer en meer Rome. Dat zijn dingen die je zelf moet zien, die kun je niet bedenken.” 

Italië fascineert je. “Ik vind Italië geweldig. Het drama, de rijkdom die zich het niet kan permitteren; het is een land dat zijn hoogtepunten al lang heeft gehad. De soms schimmige praktijken, maar ook de romantiek daarin. En dan Rome zelf, met een opeenstapeling van eeuwen aan keizers, koningen en dictators. Voor iemand die van kunst en geschiedenis houdt, is dat waanzinnig. Het is ook waarom je als schrijver zo veel meer met Rome kunt doen. Een slecht gesprek in Rome, wordt toch een mooi gesprek door het decor van die stad.” 

Vertel eens over jouw verborgen verwijzingen naar andere boeken en naar eerder eigen werk. “Ik vind het leuk om hiermee te spelen. Twee voorbeelden: Confettiregen eindigt met Wobie die een jongen aankijkt op de Nieuwmarkt – in Roze Brieven is die jongen Lucas. En in als de Hemel genoeg ruimte heeft is er een hond en die hond-figuur duikt ook weer op in Twee Prinsen. Alsof de hoofdpersonen het verhaal als een estafette aan elkaar doorgeven. Mijn verhaal in het jongerenboekenweekgeschenk 3Pak en het boekenweekgeschenk Gezinsverpakking, dat wij gezamenlijk als gezin hebben geschreven, doen ook mee aan deze estafette. Misschien slaat het nergens op, maar ik vind dat gewoon leuk. En er zit ook een directe knipoog naar Gerard Reve in. In de openingsscène van De taal der liefde is er een jongen in een fluwelen broek met twee billen erin die als heuveltjes voor hem klaarliggen. Ik heb dat gewoon één-op-één meegenomen.”

Reve heeft je vroeg geraakt als schrijver. “Mijn vader zei: als je wilt leren schrijven, moet je lezen. Hij raadde De taal der liefde aan nadat ik Turks fruit had geprobeerd, maar dat boek was het niet echt voor mij: de hoofdrolspeler gaat eindeloos met vrouwen naar bed. Geweldig geschreven hoor, maar geen rode oortjes bij mij. En toen die eerste pagina van Reve, die heuveltjes in het fluweel – dat sloeg in. Want daarna ligt iemand gewoon de liefde te bedrijven en Reve schrijft het gewoon op, stout en direct, zonder handrem. Dat mag dus! Wat ik ervan heb geleerd: je moet zonder gêne of schaamte schrijven.” 

Sommige lezers en interviewers noemen sommige scènes in Twee Prinsen ‘expliciet’. “Grappig; ik vind ze helemaal niet expliciet. Richard en Matteo rennen eerst over de daken van Rome, waarna ze samen tegen een schoorsteen aan staan. Zo stout is dat ook weer niet. Ik denk ook dat deze opmerking deels komt omdat het om queer seks gaat; de samenleving is ook gewoon een beetje preuts geworden. Op het Boekenbal werd  uit het boek van Jan Wolkers nog voorgelezen over stront en slappe tietjes. En ik schrijf dan over twee jongens die over daken rennen. Maar goed…” 

waarom sommige boekhandels twee prinsen weigeren

En nu willen sommige boekhandels je boek niet verkopen. “Bij een event in een bibliotheek waren nabijgelegen boekhandels gevraagd om mijn boeken daar te verkopen – makkelijke kassa zou je denken. Maar de boekhandels in de buurt wilden dat niet. Uiteindelijk zeiden ze het: jouw boek wordt als homopropaganda gezien. Ik vind homopropaganda eigenlijk best een positief woord. Hoe meer homopropaganda hoe beter. Al is dit natuurlijk een pijnlijk verhaal. Ik hoop dat mensen dit lezen en ontzettend verliefd worden.”

Religie speelt een grote rol in het boek, zonder dat het een karikatuur wordt. Hoe dan? “Dat heb ik bewust zo gedaan. Richard komt uit een reformatorische omgeving en verlaat die. Maar hij breekt niet met God. In Rome is hij op zoek naar wat zijn katholieke inslag is. Wie is God voor hem? Op een moeilijk moment doet hij iets waarvan hij denkt dat God het niet zal goedkeuren, en dan laat hij God even los. Een soort van: sorry, dit mag je niet zien, maar daarna kom ik weer bij je terug. En dat vind ik eerlijker dan hem alleen maar boos te laten zijn op religie. De woede die Richard in het boek heeft omtrent de onvrijheid die hij voelt, die begrijp ik heel goed. Die woede heb ik ook.”

Die woede is persoonlijk? “Heel persoonlijk. Ik ben op honderden scholen geweest. Ooit zegt een kind tegen mij: ‘Meneer, ik word gepest, ze vinden dat ik dood moet.’ Wat moet ik daarmee doen? Dan hoor ik mensen zeggen: maar er zijn ook heel veel mooie dingen aan de vrijheid van onderwijs. Fuck you, met je mooie dingen. Deze kinderen zijn niet vrij. Michelangelo schilderde de Sixtijnse kapel en mocht zichzelf niet zijn. En vijf eeuwen later doen we nog steeds hetzelfde. In 1917 is een wet aangenomen die regelt dat scholen vrijheid van onderwijs hebben. En op sommige scholen wordt kinderen verteld: als je homoseksueel bent en daarnaar handelt, dan ben je een zondig mens. En nemen we dan als nevenschade dat een kinderen daardoor vroegtijdig uit het leven stappen? Accepteren we dat? Ik niet. Ik vind dat onacceptabel.” 

Wat een harde wereld is het soms. “Mijn boek is zachter dan de werkelijkheid. Richard weet te ontsnappen aan die kleingeestige wereld. Terwijl: in de werkelijkheid is Richard daar nooit weggekomen. Richard, de echte, heeft zelfmoord gepleegd. En zijn ouders zijn niet komen opdagen op zijn begrafenis. Maar als ik dat opschrijf, zeggen mensen: zo hard kan het toch niet zijn? Maar zo hard is het wel.” 

wat wordt het volgende boek van splinter chabot?

Zit je volgende boek al in je hoofd? “Er liggen al wat dingen op tafel. Want zo zie ik het schrijven: een grote tafel waarop ideeën verspreid liggen, ver uit elkaar en nog niet aan elkaar verbonden, tot dat sommige dingen ineens bij elkaar komen. Iemand vertelde mij over haar broer met het syndroom van Down, die in het ziekenhuis lag op haar trouwdag. Ze is in trouwkleding naar hem toe gegaan. Om even bij hem zijn. Dat vond ik mooi, daar zit een verhaal in. Of een vrouw die in een Marokkaanse familie is opgegroeid, verliefd werd op vrouwen maar het thuis nooit vertelde. Zij zegt dat het in haar cultuur niet voorkomt en haar moeder denkt dat haar vriendin gewoon een goede vriendin is. Dat soort onvrijheid heb ik nog nooit beschreven. De tafel vult zich langzaam. Ik wacht tot er een windvlaag overheen gaat en alles op zijn plek valt.” 

Twee Prinsen en de andere boeken van Splinter Chabot zijn nu verkrijgbaar via Bol.com.

Powered by Labrador CMS