column

Johan Goossens Winq

Johan Goossens waagde zich aan een backpackreis

Leestijd: 2 min

Winq-columnist Johan Goossens besluit voor het eerst in jaren zijn tas in te pakken en te gaan backpacken. Maar hoe dat uitpakt? “Na twee dagen zonder aanspraak kruimelde ik al ineen als een willekeurige ober mijn ‘good morning’ niet enthousiast genoeg beantwoordde.”

Ik had het idee opgevat om weer eens te gaan backpacken. Dit had ik als twintiger veel gedaan, en ik koesterde de herinneringen aan slaapzalen, avontuur en nachtelijke discussies met vrijgevochten types aan een tafel vol lokale biertjes. Dus boekte ik een ticket, naar Kroatië ditmaal.

Waar ik even niet aan had gedacht, was dat er in elke slaapzaal ook altijd een rare oude gast had gelegen. Een sneu type wiens leven overduidelijk mislukt was en die wij jongelingen zo veel mogelijk probeerden te vermijden. Die man was ik nu, zag ik aan hoe schichtig jongedames langs mijn stapelbed schoten. Nou goed, ik hoefde ook niet per se aansluiting te vinden, vertelde ik mezelf. Met mijn airpods in maakte ik mooie busritten door Kroatische bergen en keek strak uit het raam – ik had niemand nodig.

Maar na twee dagen niemand spreken, voelde ik mezelf toch wiebelig worden. Het is ontluisterend hoe snel je je zelfvertrouwen verliest als je normale bronnen van bevestiging – vrienden en werk – wegvallen. Na twee etmalen zonder aanspraak kruimelde ik al ineen als een willekeurige ober mijn ‘good morning’ niet enthousiast genoeg beantwoordde.

Als je je al niet zo stevig voelt, is solo reizen zo ongeveer het ergste wat er is. In je eentje een restaurant binnenlopen, de blikken van de halve zaak op je voelend. Met een rood hoofd benen over een busstation, wildvreemden aanklampen met: “Is dit de bus naar Mostar?” En zit je net lekker met een pizza op een bankje naar de zee te kijken, komen er hele families langslopen die je aankijken met een blik van: wie is die enge zonderling?

"ik voelde me een oude, vieze homo, en zag mensen ook op die manier naar me kijken."

Ik kreeg last van een verhoogd zelfbewustzijn, het voorstadium van eenzaamheid. Ik voelde mezelf door het stadje lopen, aan een tafel zitten, een slok koffie nemen. Elke beweging kreeg iets krampachtigs, iets bedachts, alsof ik mijn uiterste best deed om normaal te doen. Als ik iets bestelde, klonk mijn stem oorverdovend hard, en meteen erna had ik spijt van elk woord dat ik had gezegd. Het was of er een glasplaat tussen mij en de medemensen zat, en met lichte jaloezie keek ik hoe makkelijk ze praatten, lachten, elkaar begroetten. In mijn isolement werd ik ook steeds geiler, blijkbaar het volgende stadium van eenzaamheid. Vanachter mijn zonnebril speurde ik broeken af, om te zien of ik een bobbel ontwaarde. Ik voelde me een oude, vieze homo, en zag mensen ook op die manier naar me kijken.

Hoog tijd om uit mijn isolement te breken – het contact toch maar aangaan, is vaak de enige remedie. Mensen dachten heus niet zo over me, zeker niet in een hostel vol internationale reizigers! En zo dwong ik mezelf een Britse vrouw aan te spreken in de poolruimte van het hostel. Het lukte me om een grapje te maken, en ze lachte. En warempel, ze nodigde me uit naar haar tafel, waar een groepje backpackers zat te discussiëren met biertjes voor hun neus.

Maar waar die discussies in mijn herinnering altijd gingen over het Nederlandse softdrugsbeleid, of over het invoeren van een basisinkomen, ging het hier over puberteitsremmers. Over hoe belachelijk groot het percentage jonge kinderen was dat inmiddels twijfelde over hun gender. Het woord ‘modegril’ viel en iedereen beaamde hoe verkeerd dit was. Hierop fluisterde de Britse iets over een lesbienne en sprak de hoop uit dat haar toekomstige kinderen ‘gewoon normaal’ zouden zijn.

Teleurgesteld dronk ik mijn biertje op. Ik realiseerde dat niet alleen mijn leeftijd was veranderd, maar de wereld ook.

Powered by Labrador CMS