Drag icoon DeeDee Janssens leeft in bonustijd: “Ik sterf liever in het harnas”

DeeDee Janssens blijft optreden zolang het kan

Leestijd: 11 min

Tien jaar geleden zag een mondhygiëniste een zwart stipje in het gehemelte van Dennis Gulikers. Niemand maakte zich er druk om, ook hijzelf niet. Dat stipje bleek een zeldzame vorm van kanker. Inmiddels is Dennis officieel palliatief verklaard en snappen de artsen niet hoe hij nog leeft. Winq sprak met de Haagse draglegende achter DeeDee Janssens over zijn diagnose en zijn carrière van bijna dertig jaar.

Dennis Gulikers wordt op 5 februari 1969 geboren in Den Haag. “Ik was een extravagant, druk, expressief, bijdehand jongetje”, vertelt hij. “Ik zou geen ouder een kind als mij toewensen. Tenzij ik je echt niet aardig vind.” Wie nu, bijna zestig jaar later, tegenover hem zit, ziet iemand die met dezelfde dosis branie over zijn eigen sterfelijkheid praat als over zijn eerste betaalde optreden.

“Ik denk dat ik introverter geworden ben, naarmate mijn dragcarrière zich ontwikkelde”, zegt Dennis. “Ik ben nog steeds verlegen. Ik ben me heel bewust van mijn spraak, mijn gewicht, hoe ik loop en hoe ik overkom op mensen. Maar ik heb altijd de behoefte gehad om uit te blinken op een podium, om aandacht te vergaren. Ik kan ergens schuchter binnenkomen, maar zodra ik me op mijn gemak voel, heb ik het hoogste woord.” Als kind was hij zich nog niet bewust van die onzekerheden. “Toen was ik makkelijker, extraverter en meer aanwezig. Tijdens mijn puberteit werd ik me bewust dat je, als je homo was, een stempel kreeg, of een veroordeling.”

Archieffoto DeeDee

Tijdens het uitgaan vond hij die extraversie weer terug. “Vroeger gingen we elke vrijdag en zaterdag uit, en als je uit de band sprong misschien ook nog op donderdag en zondag. Daar besteedde ik dan tijd aan, of zorgde dat ik een bijzonder t-shirt had, of een rare broek.” Hij deed de modevakschool, nadat hij al jaren kledingstukken met de hand zat te vermaken om ze beter te laten passen. “Die school deed daar nog een schepje bovenop.”

het hek van de dam

Toen Dennis begin twintig was kwam de housemuziek naar Nederland en daarmee, in de woorden van Dennis, “ging het hek van de dam”. Op woensdagavond ging hij naar de Roxy in Amsterdam, waar hij voor het eerst zag wat er allemaal mogelijk was. Via een vriend ging hij werken voor een club in Den Haag die housemuziek ging draaien. Eerst flyerend en dansend, later als clubproducer: thema’s verzinnen, decors bouwen, acts regisseren. “Het was geen gayclub”, vertelt hij, “maar dat was nou net het fijne van die housemuziek. Naarmate je ouder wordt en mensen sneller een oordeel over je homo-zijn klaar hebben, ga je jezelf misschien een beetje inbinden. Die housemuziek gooide die grenzen juist weer open.”

Nederland was in de jaren negentig volgens hem toleranter dan nu. Iedereen droeg alles, acts konden niet gek genoeg zijn, en als tiener blondeerde Dennis zijn haar. Als twintiger ging dat verder: blauw, roze, groen, fluoriserend geel, ook op vakantie, zonder enig idee hoe ze daar in Turkije of Tunesië over zouden denken. “Ik verfde het bij tijdens de vakantie als het begon uit te bleken.”

In die scene leerde hij ook travestie kennen, op themafeesten waar je een hele avond verkleed ging als Roodkapje of Sneeuwwitje. Tijdens het go-go dansen vroegen vrienden hem ooit om op een afterparty op een boot in Rotterdam een candygirl te zijn, zoals hij die kende uit de iT in Amsterdam. “Rondlopen met een bak snoep om je nek dus”. Dennis lakte zijn twee voortanden zwart. Iemand vroeg wat een lolly kostte. Hij draaide zich breed lachend om: “Eén gulden.” Die iemand was Charl Landvreugd, die later clubproducer werd van een Rotterdamse club die de tegenhanger was van de iT, en waar Kentucky Martha de avonden hostte.

van delirious d tot deedee

De naam DeeDee is eigenlijk per ongeluk ontstaan. Dennis runde een tijd een lounge in een discotheek in Den Haag en stond er “in traf”, zoals dat toen nog heette, als hostess in hetzelfde thema aangekleed als zijn collega achter de bar. Die lounge kreeg een naam: Delirious D Lounge. Als Dennis drag deed, heette hij voortaan Delirious D. “Maar Kentucky Martha kon het woord delirious gewoon niet kon onthouden, dus zij kortte het af tot DeeDee. Die discotheek was zo’n hit dat ik weleens buiten op straat werd nageroepen: hee, DeeDee!”

Daar leerde hij ook wat lipsynchen was en wat drag eigenlijk inhield. De term travestie werd een term van het verleden, mede dankzij RuPaul, die zichzelf met het nummer ‘Supermodel’ een dragqueen noemde, waarna iedereen die zich zo verkleedde dat ineens ook wilde zijn. “In heel veel kringen denken mensen dat travestiet een scheldwoord is geworden. Ik zie het verschil nog steeds niet. Zoek het op in het woordenboek, het is gewoon hetzelfde.”

Archieffoto DeeDee

Het type DeeDee was geboren, en dat deed Dennis lange tijd naast zijn gewone werk: salesmanager bij een telecombedrijf, een e-mailcenter draaien bij de opkomst van internet voor KPN, van carrière naar carrière hoppend. In 1995 zat hij in de eerste lichting van De Travestieshow, gepresenteerd door Robert ten Brink en uitgezonden door de publieke omroep. “Tegenwoordig is er bijna niemand meer die in De Travestieshow heeft gezeten die nu nog drag doet”, zegt hij. Van zijn vriendinnen uit die tijd, van wie sommigen inmiddels trans vrouw zijn, zijn er ondertussen ook een flink aantal overleden. “Aan de ene kant is het redelijk achterhaald, van de andere kant was het wel een stukje geschiedenis. Het was sowieso de eerste keer dat travestie zo breed op tv kwam.”

Zijn eerste betaalde optreden had hij in 1993, drie avonden per week, negen maanden lang, en steeds een andere look. “Hoe me dat is gelukt, weet ik ook niet meer. Maar we waren clubkids: zo weinig mogelijk aan, want dat kost zo min mogelijk tijd en geld.” Het waren ook tijden zonder telefooncamera’s. “Het was nog niet zo dat elke elke scheve wimper de rest van je leven terug te vinden was op social media. “We hebben in ieder geval niet de foto’s om te bewijzen dat het niet leuk was. Alleen de verhalen om te vertellen hoe leuk het wél was.”

een soort cartoonfiguur

Dat DeeDee uiteindelijk werd wie ze nu is, was geen bewuste keuze maar een uitfiltering. Voordat hij sprak als zijn alter ego, was hij wat tegenwoordig een lookqueen heet: elke avond een ander thema, een andere kleur, soms een lange jurk, soms enkel een stringetje met bloemenslingers om de borsten te bedekken. Dansnummers liet hij vallen, “want daar hoor ik niet bij, wist ik van mezelf”, en het personage DeeDee kreeg steeds meer vorm terwijl de Nederlandse drag scene groter werd.

Het rode haar kwam toevallig in 2012 en is inmiddels veertien jaar een signature look, getuige het rek met rode pruiken in zijn make-upkamer. Het maakte hem bewuster van kleurgebruik: rode wenkbrauwen, groene lenzen, harde kleuren. Zwart vermijdt hij liever. “Als er niet voldoende licht is op een podium en jij draagt zwart, dan word je een zwart gat. Ik snap niet dat mensen zeggen dat hun favoriete kleur zwart is, tenzij je alleen maar een badpakje draagt.”

Ook zijn stem ontwikkelde zich pas later. “Het heeft jaren geduurd voordat ik een microfoon greep en zelf ook avonden ging hosten. Je moet eerst zoeken naar een stem bij het type. Hoe praat je? Is dat boeiend genoeg, en wat heb je dan te vertellen?” Hij dacht jarenlang dat hij in zijn gewone stem sprak, tot een journalist hem ooit telefonisch interviewde terwijl hij met zijn ex in de auto zat. De journalist vroeg of hij zijn stem verdraaide als hij optrad als DeeDee. “Ik zei vol overtuiging: nee. Mijn ex zei na het ophangen dat dat echt niet waar was. Je praat altijd een beetje hoger en sneller, zei hij.”

Wat hij wel meenam van Dennis naar DeeDee, was zijn directheid. “Scherp zijn, direct zijn, makkelijk op dingen inspelen, dat deed ik als Dennis al maar als DeeDee des te meer.”

15.000 toeschouwers op de dam tijdens pride

Vraag Dennis naar de highlights van zijn carrière en hij begint, typerend, bij iets waarvan hij pas achteraf doorhad hoe bijzonder het was. In 2017 stond hij twee dagen op de Amsterdam Pride Main Stage, het eerste jaar dat die mainstage er stond. “Ik had nog nooit zoiets groots gedaan. Het grootste wat ik daarvoor had gedaan was een bingo voor 500 man.” De week ervoor had hij al een bedrijfsoptreden, een bingo, twee uurtjes Taboe en op vrijdagavond een boot gedaan: één lange rush richting het podium. “Toen ik daar stond, net na de schemering, in een spotlight vanaf een gigantische lichttoren voor het paleis, drong de impact wel door: dat 15.000 man jou staat aan te kijken en van jou hoort wat er hierna gaat komen.”

Een andere, later gekomen highlight was tijdens corona, toen hij seated events presenteerde in een volledig met tafeltjes en stoeltjes ingerichte Paradiso, “de rocktempel van Nederland, tot in de nok toe gevuld met mensen.” Sinds 2012 is hij ambassadeur voor Coming Out Day in regio Haaglanden en al elf jaar presenteert hij, op de zondag voor Roze Maandag, Drag Wars bij de Lollipop. “Vroeger heette dat Miss Travestie Tilburg, nu Tilburg’s Best Drag Artist, met een finaleplek voor Holland’s Best Drag Artist als inzet. Ik word daar aangekondigd als een legende. Wel ja, noem me maar oud. Maar het is leuk dat ik daar elk jaar weer erkenning krijg voor zowel mijn looks als mijn gevatheid.”

Wat hem het meest dierbaar is, zijn niet de podia maar de mensen die erop terechtkwamen. Jarenlang presenteerde hij Amstel 54 en het feest Drag Fever, en daar zijn volgens hem talloze namen voorbijgekomen die later in Drag Race Holland zaten of jureren bij Make Up Your Mind. “Het samenwerken met mijn leuke collega’s is ook een enorme highlight van mijn carrière.”

decolleté by deedee

Halverwege de jaren tien dacht Dennis dat zijn dragcarrière langzaam zou uitdoven. Hij telde de boekingen rond oud en nieuw en zag ze afnemen, zat in een fijne relatie, met hond en vogel, en liep een traineeship bij een telecombedrijf om salesmanager te worden. Toen zag hij op Facebook een foto van Tyra Sanchez, winnaar van het tweede seizoen van RuPaul’s Drag Race, met een soort zwart elastiek Rihanna-pakje aan en een flink decolleté. Op één foto stak iets huid-op-huid uit. “Ik dacht: die decolleté is nep! Toen ben ik op zoektocht gegaan, het hele internet afgestruind, gesproken met kennissen in Amerika en Engeland.” Het Engelse woord voor wat hij zocht, breast plate, leverde alleen ridderlijke wapenrustingen op. 

Via zijn dragzus Tabitha, die net zelf een te lichte breast plate besteld had bij de Amerikaanse maker Boobs For Queens en deze aan DeeDee verkocht, kreeg Dennis zijn eerste exemplaar. Hij vond het prachtig, maar veel te plastisch, “zoals ze nu uit Polen en van AliExpress komen.” Dus knipte hij er eentje van zevenhonderd euro aan gort om te zien hoe het in elkaar zat, en kwam via een speciaalzaak terecht bij iemand die props en prosthetics maakt voor tv-producties. Die leerde Dennis hoe je van vloeibare siliconen, “een soort heldere yoghurt”, iets maakt dat op huid lijkt, en hoe je zelf mallen maakt. Toen het telefombedrijf waar Dennis werkte zijn afdeling ophief, gebruikte hij zijn omscholingsbudget om het vak officieel te leren. “Tegen het bedrijf zei dat ik iets met special effects wilde gaan doen.”

Zo ontstond Decolleté by DeeDee. De eerste acht jaar maakte hij, schat hij, zo’n tachtig procent van alle siliconenborsten die in de Nederlandse dragscene rondliepen. Inmiddels worden ze ook onderling doorverkocht en komen oude klanten terug nadat ze die van AliExpress hebben uitgeprobeerd. “Toen mensen dachten dat hij doodging, tijdens een van mijn ziekenhuisopnames, bestelden minstens twee mensen meteen een nieuwe set. Want stel je voor dat ik dood zou gaan en zij ergens anders een nieuwe breast plate moeten bestellen: dan zou hun kostuum niet meer goed passen.”

“Het was weer een eigenwijs iets”, zegt Dennis over hoe hij in de breast plates rolde. “Zo ben ik ook ooit aan drag begonnen. Ik vroeg op mijn zestiende aan mijn eerste vriendje wat dat was, op zo’n hoerenbal, en ik dacht: wat zien die mensen eruit, dat kan toch veel beter.”

het stipje in het gehemelte

Het verhaal dat dit interview de aanleiding gaf, begint ergens rond 2016, bij een controle van de mondhygiëniste. Zij ziet een klein zwart stipje in Dennis’ gehemelte. “Het ziet er rustig uit, zei ze, ik hou het wel voor je in de gaten.” Later lijkt het te groeien en wordt Dennis doorgestuurd naar een KNO-arts. Onderzoek stelt gerust: niets aan de hand.

Zijn nieuwe huisarts neemt daar later geen genoegen mee. De uitslag lijkt opnieuw relatief onschuldig: pigmentatie, mogelijk verklaarbaar doordat zijn moeder half Surinaams is. Toch wringt het. Omdat er al twee keer geen kwaadaardigheid is gevonden, laat Dennis het rusten.

Dennis, oftewel DeeDee Janssens 'in burger'

In 2020 komt het plekje terug en begint het te groeien. De arts praat in omwegen over “kwaadaardig”, tot Dennis hem onderbreekt. “Even time-out, wat bedoelt u precies met kwaadaardig? Ik heb nog nooit kanker gehad, weet ik veel.” De arts schrikt zichtbaar. “Hij zei: dat is eh… kanker. Het woord kanker mompelde hij, met zijn hoofd naar beneden, op een lager volume.”

Eerst lijkt het om een basaalcelcarcinoom te gaan, iets dat Dennis’ artsen een ‘huis, tuin en keuken-kanker’ noemen. Er wordt een blokje van vier bij vier centimeter uit zijn gehemelte verwijderd. Dat laat een gat achter tussen zijn mond en neus, de oorzaak van het nasale stemgeluid dat hij sindsdien snel krijgt.

Dan komt de tweede klap. Het blijkt geen basaalcelcarcinoom, maar mucosaal melanoom: een zeldzame vorm van melanoom in de slijmvliezen. “Toen was het alle hens aan dek”, zegt Dennis. In het LUMC worden elf biopten genomen, waarvan in meer dan de helft melanomen worden gevonden. De beste optie is het hele gehemelte ontdoen van slijmvlies. “Dus ik had één grote schaafwond in mijn mond.”

Twee jaar lang blijft Dennis schoon. Elke drie maanden een scan, telkens goed nieuws. Maar praten wordt lastiger. “Heel vaak praat ik alsof ik met elk woord een nieuwe zin begin, omdat ik veel meer moeite heb met articuleren.” Na twee jaar zegt zijn arts: “We hadden nooit gedacht dat je er nog zou zijn. Ik ben heel blij dat we samen dit gesprek kunnen voeren.” Binnen twee maanden is het terug.

“drag redt letterlijk mijn leven”

Wat volgt, is een lijdensweg van nieuwe plekjes, biopten en uiteindelijk negen operaties na de eerste. Omdat Dennis zzp’er is, probeert hij met veel medewerking van zijn arts deze ingrepen tussen zijn boekingen door te plannen. “Dan werd ik geopereerd in de week ná Milkshake, of de week ná Pride.” Soms staat hij op zondagavond nog te feesten en ligt hij de volgende ochtend in het ziekenhuis. Op een gegeven moment is hij er klaar mee. “Toen heb ik de knoop doorgehakt en gezegd: ik wil niet meer geopereerd worden.”

Begin dit jaar wordt hij officieel palliatief verklaard. Als laatste wanhoopspoging stellen de artsen maximale bestraling voor, met waarschijnlijk verlies van smaak, zweren in zijn mond en mogelijk sondevoeding. Maar in plaats daarvan herstelt zijn mond zich. “De artsen snappen er helemaal niks van. Mijn lichaam reageert anders op mucosaal melanoom dan elk ander lichaam dat zij tot nu toe hebben meegemaakt.”

Dennis, oftewel DeeDee Janssens 'in burger'

Elke zes maanden krijgt hij nu een scan. Als de kanker uitzaait, zeker naar zijn hersenen, is het volgens de artsen afgelopen. Daarom heeft hij met zijn huisarts een euthanasieverklaring opgesteld. “Ik leef nu in een soort bonustijd”, zegt hij. “Dat klinkt misschien mooi, maar het voelt alsof er een zwaard van Damocles boven mijn hoofd hangt. Alles gaat wel gewoon door. De zon komt op, ik moet mijn huur betalen.”

Dennis rolde vroeger met zijn ogen als queens in RuPaul’s Drag Race zeiden dat drag hun leven had gered. Nu zegt hij het zelf. “Drag redt letterlijk mijn leven.” Door drag blijft hij op pad, blijft hij mensen entertainen, blijft hij bezig met dingen die hij het leukste vindt. “Maar als je dat niet hebt? Ga je dan thuis op de bank zitten?”

sterven in het harnas

Toen duidelijk werd dat genezing niet meer vanzelfsprekend was, viel er gek genoeg ook iets van hem af. Dennis had zich jarenlang afgevraagd wat er zou gebeuren als hij ooit geen drag meer zou doen. Met de diagnose werd die vraag kleiner. “Ik hoefde me niet meer druk te maken over wat ik nog met de rest van mijn leven zou doen, want dat ging toch niet tot in de eeuwigheid duren. Ik besloot: ik sterf gewoon in het harnas.”

Alleen is het leven, irritant eigenwijs als altijd, niet netjes volgens dat scenario gaan lopen. “Nu ben ik ineens weer aan het nadenken: stel dat ik hier toch tachtig mee word, wat ga ik dan nog doen met de rest van mijn leven?” Hij lacht. “Ik dacht door de uitspraken van sommige artsen dat ik met één voet in mijn graf stond. En nu ben ik, zo lang als het goed gaat, toch relatief gezond van lijf en leden.”

DeeDee Janssens is nog altijd te boeken voor optredens en presentaties, via DeeDee’s Dollhouse

Powered by Labrador CMS