Chengdu: op visite in Gaydu, de queer vrijhaven van China
Chengdu geldt als een van de meest queervriendelijke steden van China. In de miljoenenstad, ook wel Gaydu genoemd, zijn queer clubs, cosplay en genderexpressie opvallend zichtbaar. Tegelijkertijd bepaalt de Chinese overheid waar de grenzen liggen. Hoe vrij is het lhbtiqa+-leven in Chengdu werkelijk?
Het levendige en inclusieve Chengdu telt zo’n zeventien miljoen inwoners, heeft een sterke liberale economie en geldt al jaren als de hoofdstad van de Chinese lhbtiqa+-wereld. Zozeer zelfs dat de stad ironisch de bijnaam ‘Gaydu’ heeft gekregen: een ontspannen en tolerante vrijhaven, met queer nachtclubs, genderfluïditeit op straat en zelfs zoenende queers in het openbaar. Dake Wu, een openlijke gay man uit Chengdu: “We zijn ver van Beijing, het politieke centrum van het land. Daarom hebben we hier meer vrijheid. Uit de kast komen is in China natuurlijk niet makkelijk, dit blijft een conservatief land dat draait om de continuïteit van de familie. Hier in Chengdu zijn we het echter gewend om ons nergens iets van aan te trekken.” Homoseksualiteit werd vervolgd onder Mao Zedong, maar is sinds 1997 legaal in China en werd in 2001 van de lijst met geestesziekten gehaald. Toch blijft het een gevoelig onderwerp dat wrevel oproept bij een overheid die er alles aan doet om er niet over te praten. Chengdu is in dat opzicht een gelukkig eiland: de grotere vrijheid in gewoontes en de aanwezigheid van alternatieve subculturen zorgden hier al meer dan tien jaar geleden voor de eerste verbintenissen tussen koppels van gelijk geslacht. Dake Wu: “Symbolische verbintenissen natuurlijk, huwelijken tussen koppels van gelijk geslacht zijn nog steeds verboden in China. Dingen veranderen langzaam in China en Chengdu zal de weg wijzen voor het hele land.”
waarom chengdu de bijnaam gaydu kreeg
Dat Chengdu vaak de meest queervriendelijke stad van China wordt genoemd, heeft meerdere redenen. De stad heeft geen bureaucratische uitstraling zoals de hoofdstad en ook niet de kapitalistische haast van Shanghai. Het tempo is lager: theehuizen, parken, avonden vol hotpot, mahjong en eindeloos rondhangen. Juist die publieke ontspanningscultuur geeft queer mensen de ruimte om elkaar te ontmoeten. Socioloog Wei Wei schreef al over de zichtbare aanwezigheid van homoseksuele mannen in Chengdu’s publieke ruimtes, vooral theehuizen, waar queer sociale netwerken konden ontstaan tussen het gewone stadsleven door. Voor lhbtiqa+-personen in Chengdu betekent dat vooral: meer kans op herkenning. Je hoeft niet alleen online te bestaan of in geheime queer circuits. Bars, cafés en theehuizen hebben lange tijd gefunctioneerd als plekken waar mensen vrienden, dates en gekozen familie vonden – een stedelijke tegenruimte in een samenleving waar familieverwachtingen rond huwelijk en kinderen zwaar wegen. Maar dat liberalisme zet niet door. Tijdens covid ging ook China op slot. En na die lockdown zijn veel bars en clubs niet teruggekomen. Ook die ene gay sauna niet meer – daarbij hielp ook niet mee dat de eigenaar in die periode de deuren toch stiekem opende, er meteen orgies plaatsvonden en aanwezigen dit ook filmden en dat naïef online deelden. De overheid had de sauna jarenlang oogluikend toegestaan maar greep na deze incidenten wel hard in. En de nationale lijn in China is de afgelopen jaren ook veel strenger geworden.
queer leven onder strengere chinese controle
Human Rights Watch waarschuwde dit jaar opnieuw voor censuur rond films en sociale media, en ook in Chengdu zelf zijn queer plekken en online uitingen kwetsbaarder geworden. De Washington Post schreef begin dit jaar over detenties na social media posts over gay panda’s, juist ook omdat Chengdu’s queer reputatie politiek gevoelig begint te worden. Het beetje vrijheid zit in de marges, in sociale codes en in het vermogen om zichtbaar te zijn zonder te hard op de deur van de staat te slaan. Die staat is ver weg: niemand haalt het in zijn hoofd om met de powers that be in discussie te gaan. Chinezen weten tot hoever ze kunnen gaan en doen dan gewoon wat ze willen.
cosplay als ruimte voor genderexpressie
Dat zie je ook in Chengdu’s alom vertegenwoordigde cosplay-cultuur. De stad barst van de jongeren – Gen Z maar ook haar opvolger, Generatie Alpha – in kostuums van animefiguren en gamepersonages tot Lolita en de traditionele Hanfu-kledij, ook onder lesbische meiden heel populair. Cosplay volgt uit anime, comics en games waar deze jonge digitale generatie, nog veel meer dan in Europa, mee is opgegroeid. Tel daarbij op dat Chengdu een sterke game- en animatiesector kent. Poseren en jezelf stylen is hier een levenskunst geworden. Bijkomend gevolg is dat de jongeren uit deze stad er keer op keer alles aan doen om er goed uit te zien: kapperszaken draaien overuren en make-up bij jonge mannen is heel gangbaar. De Engelstalige krant China Daily omschreef cosplay eerder als een manier voor jongeren om via fictieve personages hun verlangens en emoties te uiten, iets waar ze zonder hun kostuums niet zo goed in zijn. Winkelcentra rond het immens populaire Chunxi Road specialiseren op animemerchandising en evenementen. Een van de malls die vooral moderne, Aziatische fashion labels verkoopt, zag zijn genderneutrale toiletruimte overgenomen worden door filmende contentmakers omdat het licht er goed is, de ruimte industrieel overkomt en een van de eerste video’s vanuit deze plek viral ging: nu wil iedereen dat. Tegen de rand van het drukke centrum aan, vind je het zes verdiepingen tellende Tianfu Red Shopping Center: alle winkels staan volledig in het teken van anime, comics en games en iedere dag, met name op zaterdag, wordt deze mall werkelijk overspoeld door cosplayjongeren. Om wat orde in de chaos te brengen, hebben ze zelf onderscheid gemaakt van waar je op iedere verdieping zoal moet zijn. Op de begane grond zijn mobiele foto- en filmstudio’s ingericht en krijgen de kids training in hoe je op camera moet kijken of bewegen. Op de vierde verdieping vind je voornamelijk de gays. Hier worden ook heuse gay weddings nagespeeld. Queer is iedereen in deze mall, maar de jonge gays trekken binnen die subcultuur ook weer naar elkaar toe, op hun eigen terrein. De queer- en cosplaywerelden maken ruimte voor performance, genderexperiment, gekozen identiteit en het tijdelijk ontsnappen aan torenhoge verwachtingen van de Chinese prestatiemaatschappij. In Chengdu lijkt precies dat de stille kracht: jezelf kunnen uitproberen, uitbundig of voorzichtig, maar zelden helemaal onzichtbaar.
uitgaan in de queer clubs van chengdu
Zelfexpressie is ook het toverwoord bij Butterfly, de populairste queer club van de stad, op de derde verdieping van het Ruidong Center in het Jinjiang-district; het drukke centrum van Chengdu. Naast Hib Hub Club, TATA Club en MC Club is Butterfly de grootste en aantrekkelijkste keuze, met twee dansvloeren waar K-pop, eurodance en natuurlijk Sabrina Carpenter en Zara Larsson elkaar afwisselen. Behalve voor vermaak en intermenselijke interactie, zorgen deze clubs ook voor sociale zuurstof. Kijken en bekeken worden is binnen toch minder beladen dan buiten. Op de twee avonden dat wij er zijn, is er nauwelijks iemand met een niet-Aziatisch voorkomen. De eerste avond was een zaterdag; er waren zo veel mensen binnen dat Butterfly eerder leek op een paniekerige heksenketel dan op een club. De dinsdag erna was de zaak lekker overvol; veel beter. Die avond waren er slechts drie westerlingen. Nederlanders, zo bleek later. Net als wij, werd deze groep door de lokale bezoekers genegeerd. Hoe erg ze ook hun best deden om contact te maken. Het bevestigde het bekende beeld: Chinezen kijken niet op tegen westers bezoek. De tijd dat Europees bezoek betekende dat jij als Chinees het beter voor elkaar had dan een ander, ligt ver achter ons. China ligt in veel aspecten; economische groei, wereldmacht en technologie, ver op ons voor. Ken je plek, anders word je die, subtiel of niet, wel gewezen.
Contact maken is niet gemakkelijk. De taalbarrière is het grootste struikelblok. Een enkeling spreekt een beetje Engels, maar meestal gaat het via vertaalappjes. Heel discreet fluisteren ze iets in hun telefoon en volgt er een geschreven antwoord op ’t scherm. Het is een ongemakkelijke manier om een gesprek met iemand te voeren, maar in veel gevallen wel de enige manier, voor wie het Sichuan-Mandarijn niet beheerst.
welke apps heb je nodig in chengdu?
Ook online zijn er verkeersdrempels – Amerikaanse en Europese apps en sites zijn door de overheid geblokkeerd. Geen Google of Meta bijvoorbeeld. Om niet volledig geïsoleerd te raken, heb je drie apps nodig: Alipay (om te betalen), Amap (de Chinese Google Maps) en WeChat voor bijna alles: deze app gebruik je als WhatsApp, Google en ook als betaal-app, want betalen met Europese passen of internationale creditcards is onmogelijk. So far so good, maar vaak is alleen het eerste scherm in het Engels beschikbaar, na één keer doorklikken staat de informatie weer alleen in het Mandarijn. Van TikTok weten we al dat het veel invloed heeft op gebruikers, maar apps als WeChat, waar je niet zonder kunt om in Chengdu te overleven, zijn next level. Wie in Nederland ervan schrikt dat zo veel mensen vaak op hun telefoon iets aan het doen zijn, zal versteld staan van de verslaving in China waar bijvoorbeeld hele stationshallen bevolkt worden door silent mobile phone zombies.
Chengdu is een kijkje in onze toekomst. Een angstaanjagende toekomst waarbij onze levens zich nog veel meer in de digitale wereld, en dan met name op onze telefoons, afspelen. En waarbij een overheid, gesteund door het meebuigend bedrijfsleven, eenzijdig bepaalt wat jij wel en niet mag.
van de shu-beschaving tot het moderne chengdu
Ook in China was dat ooit heel anders, de geschiedenis van Chengdu gaat duizenden jaren terug. Op de vruchtbare Chengdu-vlakte ontstond al vroeg de zogenaamde Shu-beschaving; een cultuur die lang losstond van de machtscentra in Noord-China. Na de verovering door Qin in 316 BCE werd de stad opgenomen in het Chinese rijk, maar bleef haar eigen karakter houden: zuidwestelijk, rijk en eigenwijs.
De grote motor achter Chengdu’s groei was water. In de derde eeuw BCE werd bij Dujiangyan een ingenieus irrigatiesysteem aangelegd, dat de Minjiang-rivier – een zijrivier van de Yangtze – temde en de vlakte veranderde in landbouwgrond van bijna obscene vruchtbaarheid. Geen wonder dat Chengdu de bijnaam ‘Land of Abundance’ kreeg: hier was eten, zijde, thee, ambacht en dus ook handel. Onder de latere Han-dynastie groeide Chengdu uit tot een centrum voor lakwerk, thee en vooral Shu-brocade, een kostbare textielsoort die via handelsroutes verder China en Azië in ging. Door zijn ligging, heel centraal in het huidige China, had de stad natuurlijk geen zeehaven, maar was het wel een plek waar goederen uit Tibet, Yunnan, Centraal-China en Zuidoost-Azië samenkwamen. Die positie veranderde vanaf de late twintigste eeuw. Toen China zich economisch opende, kregen kuststeden als Shenzhen, Guangzhou en Shanghai een grotere voorsprong. Die trokken buitenlandse investeringen aan en werden de etalage van het nieuwe China. Chengdu bleef belangrijk voor West-China, maar verloor de nationale hoofdrol aan de kuststeden.
sanxingdui: de mysterieuze geschiedenis van sichuan
Nog veel ouder is de Shu-beschaving die in het Sanxingdui Museum tentoon wordt gesteld. Sanxingdui ligt op ongeveer een uur rijden van Chengdu, en is gebouwd bij de archeologische vindplaats waar een compleet onbekende bronstijdcultuur tevoorschijn kwam. Een ontdekking die het beeld van het oude China behoorlijk heeft verrijkt. De eerste sporen van deze onbekende cultuur, die drieduizend tot vijfduizend jaar oud zijn, werden al in de jaren twintig van de vorige eeuw gevonden, maar de grote doorbraak kwam in 1986. Toen stuitten arbeiders op offerkuilen vol objecten die nergens goed in pasten: bronzen maskers met uitpuilende ogen, een metershoge bronzen boom, jade, goud, ivoor en menselijke figuren met een stijl die totaal anders was dan wat men kende uit de klassieke Chinese oudheid. De bronzen maskers leken nauwelijks op wat archeologen kenden uit andere Chinese bronstijdculturen en de menselijke figuren en de bronzen boom hadden een bijna buitenaardse uitstraling. Online en in populaire media werd gefantaseerd over aliens die een verloren beschaving hadden achtergelaten. Dat deze Shu-beschaving, enkele honderden jaren voor de eerste tekenen van leven in de regio bekend werden, ineens van de aardbodem waren verdwenen, draagt bij aan die speculatie. Vermoedens over een buitenaardse oorsprong zijn er nog steeds. Archeologisch gezien is daar echter geen bewijs voor. Juist het aardse verhaal is veel interessanter: Sanxingdui laat zien dat er een hoogontwikkelde, regionale cultuur bestond die duizenden jaren geleden in Sichuan bloeide en lange tijd vrijwel onbekend bleef. Alsof iemand ineens een vergeten hoofdstuk uit de geschiedenis onder de grond vandaan trok.
Het museum maakt die verbazing tastbaar. De collectie laat zien dat de Chinese beschaving niet alleen langs de bekende machtscentra rond de Gele Rivier in Noord-China ontstond, maar ook in regio’s als Sichuan een eigen, verfijnde en technisch indrukwekkende cultuur kende. Dat is precies waarom Sanxingdui zo belangrijk is: het maakt het verhaal van China minder centraal, minder voorspelbaar en veel rijker. Het museumgebouw opende in 2023, is groot, modern en zorgvuldig vormgegeven rond de vondsten. Time Magazine zette het museum in 2024 zelfs op zijn lijst van de ‘World’s Greatest Places’.
Sanxingdui wordt soms vergeleken met de Maya-cultuur, maar er is geen serieus bewijs dat er contact was tussen de oude Shu-beschaving in Sichuan en de Maya’s in Meso-Amerika. Wat wél opvalt, is dat beide culturen een sterk eigen beeldtaal ontwikkelden: rituele objecten, bovennatuurlijke figuren, gestileerde gezichten en kunst die niet simpelweg decoratie was, maar verbonden leek met macht, religie en kosmologie. Chinese bronnen wijzen op opvallende overeenkomsten in bepaalde rituelen tussen Sanxingdui en Maya-objecten, vooral in de manier waarop mensen, godheden en de offercultuur werden verbeeld.
“Ik ben ervan overtuigd dat de Shu- en de Maya-beschaving met elkaar verbonden zijn.” We spreken Steve, geboren en opgegroeid in Chengdu maar nu woonachtig in de Verenigde Staten. Steve (niet zijn echte naam) heeft, net als veel andere Chinezen, een onwaarschijnlijk optimisme over de grootsheid van zijn land en zijn cultuur. “De Vikingen en Polynesiërs wisten in diezelfde periode de grote oceanen al te bedwingen, dus de Chinezen kunnen ook best als eerste volk Amerika hebben ontdekt.” Steve werkt in New York in de IT en komt nog regelmatig naar Chengdu om zijn familie te bezoeken. Hij heeft een Amerikaanse partner die dit keer van Steve niet mee mocht komen. “Hij heeft zijn baan opgezegd zonder eerst een nieuwe te hebben gevonden. Daar kan ik heel slecht tegen, die slappe houding van westerse mensen. Je moet je zaken voor elkaar hebben, hard werken en zorgen dat je toekomst veilig is. ‘Ik wil nú leven’ is geen Chinees beginsel, ik kan daar niks mee.”
Ook president Trump vindt hij maar een slappeling die aan de ketting ligt van het imposantere China. “Eigenlijk ben ik het alleen maar eens met zijn immigratiebeleid. Ik heb veel betaald en heb door hoepels moeten springen om een legale immigrant in Noord-Amerika te kunnen worden. En dan zouden andere mensen gewoon de grens over kunnen steken en dezelfde rechten krijgen? Dat lijkt mij niet.” Maar de vrijheid dan, die is in het Westen toch voornamer dan in China? “Dat wordt veelal overschat. Er is hier geen Pride en georganiseerde demonstraties zijn verboden. Privé mag er van alles, maar als iets een [queer, red.] organisatie wordt, dan grijpt de overheid in. Ik ervaar dat niet als een ernstige beperking. Aan de gevels van de gay clubs en cafés hangen ook geen regenboogvlaggen. Om diezelfde reden. En niet over Winnie de Poeh gaan appen als je een Chinese telefoon hebt, zoals een Huawei. Ze komen je heus niet arresteren maar er verdwijnen wel wat berichtjes en dan weet je dat ze je in de gaten houden.” Is Winnie de Poeh een staatsvijand? “Nee, het is de bijnaam voor hem.” Wie? “….”. Steve durft de naam Xi Jinping, de president van China niet hardop uit te spreken. “Maar een Odido-lek zou in China ondenkbaar zijn; dat is het mooie ervan.”