Wel sporten, maar niet jezelf kunnen zijn? Miljoenen Nederlanders hebben geen queer club in de buurt
Pointer deed onderzoek, luister zaterdag naar de uitzending op NPO Radio 1
Een voetbalteam, zwemclub of tennisvereniging waar je zonder nadenken jezelf kunt zijn: voor miljoenen lhbtiqa+-Nederlanders is het geen vanzelfsprekendheid. Bijna vier miljoen mensen hebben binnen twintig minuten rijden geen queer (vriendelijke) sportclub. Op de fiets loopt dat aantal op tot twaalf miljoen. En wie wél een club in de buurt heeft, heeft vaak nauwelijks iets te kiezen.
Pointer bracht 96 sportverenigingen in kaart die zich richten op lhbtiqa+-personen of hen nadrukkelijk welkom heten. De clubs zijn verspreid over dertig plaatsen en bieden samen vijftig verschillende sporten aan, van zwemmen en voetbal tot boulderen en schaken. Van de mensen die binnen twintig minuten fietsen bij zo’n club kunnen komen, kan een derde slechts bij één vereniging terecht. Voor een vijfde van de automobilisten met een club binnen twintig minuten geldt hetzelfde.
“Ontzettend jammer”, noemt een woordvoerder van Transgender Netwerk de uitkomsten. “Voor de meeste mensen is sporten een vanzelfsprekend onderdeel van hun sociale leven, maar voor queer personen zonder club waar ze zich veilig en welkom kunnen voelen valt dat weg. Dat kan een grote impact hebben op hun gezondheid en levensplezier.”
‘ben ik nog de norm?’
Dat inclusie niet vanzelfsprekend is, blijkt ook buiten de sport. Uit recent onderzoek van de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut bleek dat de acceptatie van homoseksualiteit onder middelbare scholieren sterk is afgenomen. Onder meisjes daalde het aandeel dat positief tegenover homoseksualiteit staat in vier jaar tijd van 78 naar 51 procent, onder jongens van 40 naar 22 procent.
“Het is een utopie om te denken dat lhbtiqa+-sportverenigingen niet nodig zijn”, zegt Jan Pieter de Lugt, voorzitter van Pride and Sports. “Als je ook bij een sportclub jezelf niet kunt zijn, gaat alle energie die je nodig hebt voor het sporten zitten in jezelf checken: hoe gedraag ik me zo mannelijk of vrouwelijk mogelijk? Ben ik nog de norm?”
Voor trans en non-binaire sporters spelen daarnaast praktische zorgen mee. “Door de manier waarop er met name in de media over trans mensen in de sport wordt gepraat, voelen veel trans en non-binaire mensen een grotere barrière om bij een sportclub te gaan”, aldus Transgender Netwerk. Ook is het niet altijd duidelijk waar zij zich veilig en comfortabel kunnen omkleden of naar het toilet kunnen.
vooral buiten de steden
De helft van de 96 onderzochte verenigingen zit in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag of Utrecht. Buiten de grote steden wordt het aanbod snel dunner. Wie bijvoorbeeld wil tennissen, maar in de buurt alleen een rolschaatsvereniging vindt, heeft weinig te kiezen.
Dat queer mensen vaker naar steden trekken, draagt volgens Marie van Gay Swim Amsterdam bij aan de concentratie. “Maar juist in landelijke gebieden is het belangrijk om die plekken te hebben, zeker voor jongeren die nog niet de optie hebben om te verhuizen.”
ook interessant voor reguliere sportclubs
Volgens De Lugt betekent het beperkte aanbod buiten de steden niet dat de behoefte kleiner is. “Een club heeft een bepaalde omvang nodig om te kunnen draaien, en die is er niet overal.” Pride and Sports richt zich daarom ook op reguliere sportclubs, met trainingen en online toolkits om die inclusiever te maken.
Een voorbeeld is het Drentse programma De Veilige Kleedkamer, dat begon met lhbtiqa+-inclusie en inmiddels is verbreed naar sociale veiligheid in het algemeen. Deelnemende clubs moeten onder meer een gedragscode actief uitdragen, een geschoolde vertrouwenspersoon hebben en jaarlijks deelnemen aan bijeenkomsten over sociale veiligheid. Volgens De Lugt is Drenthe hiermee landelijk leidend. Ook de provincie Groningen heeft inmiddels interesse in het programma.
meer informatie over het onderzoek en de uitzending
Aanstaande zaterdag 3 oktober om 14:00 uur gaat de uitzending van Pointer op NPO Radio 1 over dit onderwerp. Op de website van Pointer vind je een uitgebreidere versie van dit artikel, met daarin extra informatie over het onderzoek en de manier waarop dit tot stand is gekomen. Ook vind je hier enkele graphics die bij het onderzoek horen.