Beeld: Rob Jetten bij de ondertekening van het Regenboog Stembusakkoord. Fotografie: Geert van Tol voor COC Nederland

Rob Jetten: “Gelijke rechten zijn een menselijke agenda”

Tijdens de opening van de WorldPride Human Rights Conference waarschuwt de premier voor online haat

Leestijd: 14 min

Tijdens de opening van de WorldPride Human Rights Conference heeft minister-president Rob Jetten benadrukt dat lhbtiq+-rechten wereldwijd onder druk staan. Hij roept op tot internationale samenwerking en solidariteit en benadrukt dat gelijke rechten geen ‘Westerse agenda’, maar een universele mensenrechtenkwestie zijn. Zijn complete speech lees je hier.

Tijdens zijn openingsspeech van de WorldPride Human Rights Conference heeft minister-president Rob Jetten benadrukt dat gelijke rechten en de vrijheid om jezelf te zijn nooit vanzelfsprekend zijn. Hoewel Nederland 25 jaar geleden als eerste land ter wereld het huwelijk openstelde voor koppels van hetzelfde geslacht, staan lhbtiq+-rechten wereldwijd opnieuw onder druk. Jetten waarschuwt voor de groei van online haat, georganiseerde desinformatie en politieke krachten die verdeeldheid zaaien. Tegelijkertijd roept hij op tot internationale samenwerking en solidariteit. Zijn boodschap: gelijke rechten zijn geen ‘Westerse agenda’, maar een universele mensenrechtenkwestie – en de verantwoordelijkheid van ons allemaal.

De WorldPride Human Rights Conference duurt drie dagen en vindt plaats in de Beurs van Berlage in Amsterdam. De conferentie is volledig volgeboekt. Alle 1000 beschikbare plaatsen voor de conferentie zijn nu gevuld door de deelnemers, activisten, beleidsmakers, politici, wetenschappers en jonge changemakers, uit alle continenten.

sprekers en programma

De conferentie is op woensdag 5 augustus geopend door bijdragen van minister-president Rob Jetten, burgemeester Femke Halsema, Tamara Adrián(Venezuela), Nayyab Ali (Pakistan) en Michael O’Flaherty (Ireland, Commissioner for Human Rights, Council of Europe). Diverse lhbtiqa+-atleten, zoals Astralische voetballer Josh Cavallo delen hun persoonlijke verhalen over coming out, zelfacceptatie en de uitdagingen van openlijk queer zijn in de competitieve sport.

Vijf youth delegates van de Model United Nations leggen hun prioriteiten voor aan een panel van internationale zwaargewichten, waaronder Graeme Reid (Verenigde Naties), Julia Ehrt, (ILGA World) en Steve Letsike, Zuid-Afrikaanse Deputy Minister for Women, Youth and Persons with Disabilities). In de middag beginnen de eerste van de meer dan zeventig breakout-sessies. De openingsdag wordt afgesloten door de International Pride Awards ceremonie , die wordt gehost door Amrou Al-Kadhi, een Brits-Iraakse schrijver, filmmaker, performer en vooraanstaand lhbtiqa+-activist.

Op donderdag 6 augustus volgen meer break-out sessies, waarbij staatssecretaris Judith Tielen van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwezig zal zijn om een opening speech houden in het programma onderdeel Political Leadership. Op de slotdag, vrijdag 7 augustus, wordt de conferentie afgesloten met een closing ceremony met bijdragen van onder andere Mpho Tutu van Furth, Zuid-Afrikaanse priester, schrijver en activist, de dochter van Aartsbisschop Desmond en Leah Tutu.

Het volledige programma en de sprekerslijst is te vinden op https://conference.worldpride.amsterdam.

dit zei premier rob jetten tijdens de opening van de conferentie

Rob Jetten hield zijn speech in het Engels, maar werd aanvankelijk onderbroken door een groep pro-Palestina-demonstranten. Hieronder lees je de Nederlandse vertaling, gevolgd door de oorspronkelijke Engelstalige tekst.

Hallo allemaal,

Ik ben heel blij dat we hier vandaag samen zijn.

Ik had al weken geleden besloten om met die woorden te beginnen.

Maar na wat er tijdens het Pride-evenement in Berlijn is gebeurd, hebben ze voor mij een extra betekenis gekregen.

Want hoewel die afschuwelijke aanslag mij met woede en verdriet vervulde, was mijn hart enkele dagen later vervuld van hoop, toen hier in Amsterdam een menigte bijeenkwam bij het Homomonument, het monument ter nagedachtenis aan lhbtiq+-slachtoffers van vervolging.

Om bloemen te leggen.

Om kaarsen aan te steken.

En vooral om te laten zien dat we samen staan.

Samen in ons recht op vrijheid.

En samen in ons recht om onze liefde te vieren, in welke vorm die zich ook aandient.

Dat is ook de basis van deze conferentie.

En juist daarom zeg ik: ik ben heel blij dat we hier vandaag samen zijn.

De stellige overtuiging dat liefde gevierd moet worden, vormde de kern van het besluit om het huwelijk open te stellen voor iedereen.

En 25 jaar geleden wisselden koppels van hetzelfde geslacht voor het eerst in de geschiedenis hun huwelijksgeloften uit, hier in deze stad.

Het was op 1 april, precies één minuut na middernacht.

Je zou kunnen zeggen dat die eerste koppels er als de kippen bij waren.

Maar in werkelijkheid hadden Anne-Marie en Hélène, Dolf en Gert, Peter en Frank, en Ton en Louis lang genoeg op dat moment gewacht.

Daar konden zij, samen met hun familie en vrienden, eindelijk hun liefde vieren door met elkaar te trouwen.

En de hele wereld keek mee.

Het huwelijk toegankelijk maken voor iedereen was een grote stap op weg naar gelijke rechten voor iedereen.

En hier in Nederland voelde het misschien zelfs alsof we dat doel hadden bereikt.

Maar al snel bleek dat te optimistisch.

Want onder de oppervlakte bestond – en bestaat vaak nog steeds, zoals we tot onze ontzetting zagen bij de aanslag in Berlijn – de opvatting dat de liefde van het ene stel minder waard is dan die van het andere.

Het is een opvatting die vaak wordt ingeleid met de woorden: ‘Ik heb niets tegen homo’s, maar…’

En het probleem zit natuurlijk in dat laatste woord: ‘maar’.

‘Maar – ze hoeven niet zo uitbundig te zijn.’

‘Maar – ik hoef ze niet hand in hand te zien lopen.’

‘Maar – waarom kunnen ze niet gewoon normaal doen?’

Kortom: acceptatie komt met voorwaarden.

En dat geldt nog sterker voor transgender- en interseksepersonen.

De afgelopen jaren hebben we steeds vaker gezien hoe moeizaam bevochten vooruitgang wordt afgebroken.

We hebben gezien hoe landen terugkomen op wetgeving voor gelijke rechten.

We hebben gezien hoe homofobe haatspraak openlijker en agressiever wordt.

Niet alleen in de fysieke wereld, maar ook online.

En als we kijken naar wat hieraan ten grondslag ligt, mogen we niet naïef zijn.

Want de waarheid is: achter de façade van de vrijheid van meningsuiting gaan giftige, sterk georganiseerde en goed gefinancierde groepen schuil.

Groepen die haat verspreiden en hun eigen agenda nastreven, omdat ze daar veel bij te winnen hebben:

Politieke steun vergaren.

Hun eigen macht vergroten.

Onrust en verdeeldheid zaaien.

Bovendien voelen deze groepen zich niet langer geremd, nu de grote sociale-mediabedrijven haatdragende uitingen nauwelijks nog modereren.

En daarom is de opkomst van online haat naar mijn mening een van de grootste bedreigingen waarmee lhbtiq+-personen tegenwoordig worden geconfronteerd.

Want misinformatie – en desinformatie – kan met één muisklik in een oogwenk worden verspreid.

En daarmee veel meer mensen bereiken dan ngo’s, jongerenwerkers en gezondheidsorganisaties kunnen.

Zo krijgt haat altijd voet aan de grond:

In de schaduw.

Buiten de schijnwerpers van de samenleving.

Door iedereen onderschat.

Totdat zij, uitgegroeid tot een veelkoppig monster, uit de duisternis kruipt.

En we geschokt zijn door de enorme omvang ervan.

Dat is de dreiging die ik vandaag wil benadrukken.

Niet alleen deze georganiseerde haatcampagnes.

Maar ook de houding die ze voedt.

Het klimaat waarin ze kunnen floreren.

De houding en het klimaat van onverschilligheid.

‘Dit heeft niets met mij te maken’, denken mensen wanneer discriminatie in welke vorm dan ook de kop opsteekt.

‘Ik ben niet homoseksueel.’

‘Ik ben geen vrouw.’

‘Ik ben niet transgender.’

‘Ik ben geen persoon van kleur.’

Maar vroeg of laat kunt u zelf het doelwit worden.

Vanwege wie u bent, of vanwege wat u doet.

En dat maakt het beschermen van vrijheden tot een verantwoordelijkheid van ons allemaal.

Als minister-president kan ik u vertellen dat mijn kabinet van die boodschap een prioriteit heeft gemaakt.

Dit najaar starten we een maatschappelijke dialoog over online discriminatie en bieden we concrete handvatten voor mogelijke acties.

Zo zullen we trainingen aanbieden aan gemeenten en maatschappelijke organisaties om hen te helpen omgaan met online haatspraak.

En de komende drie jaar investeren we jaarlijks 7,5 miljoen euro in het verbeteren van de veiligheid van de queer gemeenschap.

Met een alliantie van organisaties die zich inzetten voor veiligheid op de werkvloer voor lhbtiq+-personen.

Met een publiekscampagne tegen discriminatie en desinformatie.

Met financiering voor Paarse Vrijdag – de dag waarop Nederlandse scholen extra aandacht besteden aan diversiteit en leerlingen en docenten paars dragen om hun steun te betuigen aan iedereen binnen de gemeenschap die wordt vertegenwoordigd door de letters lhbtiq+.

En daar ben ik heel blij mee.

Want wat je op jonge leeftijd leert, draag je je hele leven met je mee.

En dat geldt ook voor het omarmen van de fundamentele vrijheid om te zijn wie je bent.

In het besef dat er altijd meer is wat ons verbindt dan wat ons verdeelt.

Helaas wordt deze boodschap in het huidige klimaat maar al te vaak niet gehoord.

En nu vooruitgang in sommige landen niet langer vanzelfsprekend is, is het belangrijker dan ooit dat we de moed niet verliezen. We moeten juist de krachten bundelen.

Bijvoorbeeld in de Equal Rights Coalition, die dit jaar haar tiende verjaardag viert.

Binnen deze coalitie werken 44 landen van over de hele wereld en verschillende ngo’s samen om de mensenrechten van lhbtiq+-personen te bevorderen.

Dat doen we door onze netwerken te mobiliseren, onze ervaringen te delen en er gezamenlijk voor te zorgen dat dit onderwerp hoog op de politieke agenda blijft staan, bijvoorbeeld binnen de Verenigde Naties.

Ik ben er trots op dat Nederland deze Coalitie samen met Uruguay heeft opgericht.

En daarmee kom ik bij mijn volgende punt.

Veel te lang is de strijd voor gelijke rechten neergezet als een ‘Westerse agenda’.

Maar de intercontinentale samenwerking binnen de Equal Rights Coalition en de vooruitgang die wordt geboekt in Azië, Latijns-Amerika en delen van Afrika laten zien dat de inzet voor gelijke rechten overal ter wereld groeit.

In Japan en Botswana zijn grote stappen gezet en is betere wetgeving ingevoerd.

In Thailand en Taiwan kunnen koppels van hetzelfde geslacht nu met elkaar trouwen.

En ik ben blij te kunnen zeggen dat medewerkers van de Nederlandse ambassades hun expertise hebben ingezet om ngo’s en maatschappelijke organisaties te ondersteunen bij het verwezenlijken van deze ambitie.

Tegelijkertijd zijn conservatieve krachten in landen als Oeganda, Senegal, Ghana en Burkina Faso er maar al te happig op om deze ontwikkelingen af te schilderen als een ‘neokoloniale Westerse agenda’.

Onder het voorwendsel zich te verzetten tegen het zogenoemde ‘Westerse morele verval’ worden afschuwelijke wetten aangenomen en gepromoot die de rechten van lhbtiq+-personen ernstig onder druk zetten.

Maar in werkelijkheid kennen veel gemeenschappen in deze landen een lange geschiedenis van diversiteit en vrijheid, en werden de wetten die beperkingen oplegden juist ingevoerd door koloniale machten.

Bijvoorbeeld in Oeganda, Nigeria en Ghana.

Hoe hard deze conservatieve krachten ook proberen mensen zand in de ogen te strooien, queer gemeenschappen over de hele wereld weten dat gelijke rechten geen ‘Westerse agenda’ zijn.

Het is in de eerste plaats een menselijke agenda.

Een agenda met één boodschap:

We moeten doorgaan op de weg die we al die decennia geleden zijn ingeslagen.

De weg waarvan ik geloof dat steeds meer landen die uiteindelijk ook zullen volgen.

Tijdens deze Mensenrechtenconferentie worden nieuwe stappen gezet op vier belangrijke terreinen: rechten, gezondheid, leiderschap en cultuur.

En dat stemt mij tevreden, want op al deze terreinen kunnen we werken aan gelijke rechten voor iedereen.

Dat klinkt als een grootse ambitie, maar ik besef dat ook kleinschalige, lokale initiatieven van ngo’s het verschil kunnen maken.

Door financiering te bieden of een podium te geven.

Ook ambassades hebben een rol te spelen: door goede ideeën verder te helpen, te luisteren naar de inbreng van ngo’s en aandacht te hebben voor de lokale context, zodat die ideeën niet alleen op papier, maar ook in de praktijk werken.

Maar naast de praktische voordelen van zulke samenwerking gaat er ook een krachtige boodschap van uit:

U staat er niet alleen voor. Wij staan naast u.

Het is een boodschap die de afgelopen dagen duidelijk heeft geklonken in Amsterdam.

Vorige week, tijdens de bijeenkomst bij het monument.

Op de boten en langs de route van de Canal Parade.

En op zoveel plekken waar mensen samenkwamen om hun liefde te vieren.

Maar laten we ervoor zorgen dat deze boodschap ook op alle andere dagen blijft weerklinken, wanneer WorldPride voorbij is en deze conferentie is afgelopen.

Ik weet dat het mogelijk is.

Maar het is niet vanzelfsprekend.

Deze stad vertelt het verhaal van 25 jaar huwelijk voor iedereen.

Het verhaal van Anne-Marie en Hélène, die hun trouwjurken en ringen aan Nederlandse musea schonken.

Het verhaal van Dolf en Gert, wier trouwfoto’s in schoolboeken terechtkwamen.

Maar die ook zeiden: ‘Toen we elkaar kusten, verdween de buitenwereld gewoon. Het enige wat overbleef, was onze liefde voor elkaar.’

Vrienden, die korte zin omvat alles waar we voor staan:

Liefde voor elkaar.

Vandaag, morgen en voor altijd.

En ik kan me geen betere gedachte voorstellen om deze conferentie mee te openen.

Dank u wel.

dit is de tekst nogmaals, maar dan in het engels

Hello everyone,

I’m very glad that we’re gathered here today.

I had already decided to open with those words weeks ago.

But after what happened at the Berlin Pride event, they’ve taken on an

extra dimension for me now.

Because although that horrific attack filled me with anger and sorrow,

a few days later my heart was filled with hope, when a crowd gathered

here in Amsterdam at the Homomonument, the memorial to LGBTQI+

victims of persecution.

To lay flowers.

To light candles.

And above all, to show that we stand together.

Together in our right to freedom.

And together in our right to celebrate our love, whatever form it may take.

That is also the basis for this conference.

And it’s precisely why I’m saying: I’m very glad that we’re gathered here

today.The firm belief that love should be celebrated lay at the heart of the move

to open up marriage to everyone.

And 25 years ago, in this very city, same-sex couples exchanged

marriage vows for the first time in history.

It was on the first of April, at precisely one minute past midnight.

You could say that those first couples were quick off the mark.

But in fact, Anne-Marie and Hélène, Dolf and Gert, Peter and Frank, and

Ton and Louis had waited long enough for that moment.

There, together with their families and friends, they were finally able to

celebrate their love by getting married.

And the whole world was watching.

Making marriage available to everyone was a major step towards equal

rights for all.

And here in the Netherlands, it may even have felt like we’d achieved

that goal.

But that soon turned out to be too optimistic.

Because under the surface, there was – and often still is, as we saw to

our dismay with the attack in Berlin – an attitude that one couple’s love is

worth less than another’s.

It’s an attitude that’s often introduced by the line, ‘I’ve got nothing against

gay people, but…’

And the problem, of course, is in that last word: ‘but’.‘But – they shouldn’t be so flamboyant.’

‘But – I don’t need to see them holding hands.’

‘But – why can’t they just act normal?’

In short, acceptance comes with strings attached.

Even more so when it comes to trans and intersex people.

More and more in recent years, we’ve seen hard-won progress being

eroded.

We’ve seen countries backsliding on equal rights legislation.

We’ve seen homophobic hate speech becoming more overt and

aggressive.

Not only out in the real world, but online as well.

And when we look at what’s fuelling this, we shouldn’t be naive.

Because the truth is: there are toxic, highly organised and well-funded

groups hiding behind the façade of freedom of expression.

Groups that spread hatred and push their own agendas because they

have plenty to gain from doing so:Winning political support.

Boosting their own power.

Sowing unrest and division.

What’s more, these groups no longer feel restrained, with the big social

media companies barely moderating content for hate speech anymore.

And so, in my view, the rise of online hatred is one of the biggest threats

facing LGBTQI+ people today.

Because misinformation – and disinformation – can be spread in the

blink of an eye, with a single mouse-click.

Reaching much further than NGOs, youth workers and health

organisations can.

This is always how hatred takes hold:

In the shadows.

Outside the spotlight of society.

Underestimated by everyone.

Until, having grown into a many-headed monster, it crawls out of the

darkness.

And we’re shocked by the sheer scale of it.

That’s the threat I want to highlight today.

Not just these organised hate campaigns.

But also the attitude that cultivates them.

The climate that allows them to flourish.

The attitude and climate of indifference.‘This has nothing to do with me,’ people think, when any form of

discrimination rears its head.

‘I’m not gay.’

‘I’m not a woman.’

‘I’m not trans.’

‘I’m not a person of colour.’

But sooner or later, you may find that you have become the target.

Because of who you are, or what you do.

And that makes protecting freedoms the responsibility of us all.

As prime minister, I can tell you that my government has made that

message a priority.This autumn, we’ll be launching a social dialogue on online

discrimination, and offering specific guidance on action to take.

For instance, we’ll be providing training courses for municipalities and

civil society organisations, to help them deal with online hate speech.

And over the next three years we will invest 7.5 million euros a year in

improving the safety of the queer community.

With an alliance of organisations committed to safety in the workplace for

LGBTQI+ people.

With a public information campaign to combat discrimination and

disinformation.

With funding for Purple Friday – the day on which Dutch schools devote

special attention to diversity, with students and teachers wearing purple

to show their support for everyone in the community represented by

those letters LGBTQI.

And I’m delighted about that.

Because what you learn when you’re young stays with you for life.

And that includes embracing the fundamental freedom to be who you

are.

In the knowledge that there are always more things that unite us than

divide us.Unfortunately, in the current climate, this is a message that all too often

goes unheard.

And now that progress is no longer a given in some countries, it’s more

important than ever that we don’t lose heart. Instead, we must join

forces.

In the Equal Rights Coalition, for example, which celebrates its 10th

anniversary this year.

Within this coalition, 44 countries from across the globe and a range of

NGOs work together to promote the human rights of LGBTQI+ people.

We do so by mobilising our networks, sharing our experiences and jointly

ensuring that this issue remains high on the political agenda, in forums

like the UN.

I’m proud that the Netherlands, together with Uruguay, founded that

Coalition.

And that brings me to my next point.

For too long, the fight for equal rights has been framed as a ‘Western

agenda’

.

But the intercontinental cooperation in the Equal Rights Coalition and the

progress being made in Asia, Latin America and some parts of Africa

show that commitment to equal rights is growing all over the world.

In Japan and Botswana, major steps have been taken, and better

legislation has been introduced.

In Thailand and Taiwan, same-sex couples can now get married.

And I’m delighted to say that Dutch embassy staff used their expertise to

support NGOs and civil society in achieving this ambition.At the same time though, conservative forces in countries like Uganda,

Senegal, Ghana and Burkina Faso are all too eager to frame these

developments as a ‘neocolonial Western agenda’.

Under the pretence of resisting so-called ‘Western moral decadence’,

horrendous laws are enacted and promoted that put the rights of

LGBTQI+ people under severe pressure.

But in reality, many communities in these countries have a long history of

diversity and freedom, and the laws that imposed restrictions were in fact

put in place by colonial powers.

In Uganda, Nigeria and Ghana for instance.

No matter how hard those conservative forces try to pull the wool over

people’s eyes, queer communities around the world know that equal

rights are not a ‘Western agenda’.

They are first and foremost a human agenda.

One that comes with a single message:

We must continue on the path we took all those decades ago.

The path I believe more and more countries will eventually take too.

At this Human Rights Conference, new steps will be taken in four key

areas: rights, health, leadership and culture.

And I’m pleased to hear it, because these are all areas in which we can

work to advance equal rights for all.That sounds like a grand ambition, but I realise that small, local NGO

initiatives can make all the difference too.

By providing funds or offering a platform.

Embassies also have a role to play – by helping to take good ideas

forward, by listening to the input of NGOs and by focusing on the local

context, so that those ideas work in practice as well as on paper.

But besides the practical benefits of such cooperation, it also sends a

powerful message:

You are not alone. We stand with you.

It’s a message that has resounded clearly in Amsterdam over the past

days.

Last week during the gathering at the memorial.

On the boats and along the route of the Canal Parade.

And in so many places where people have come together to celebrate

their love.But let’s work to ensure this message echoes through all the other days

too, once World Pride has ended and this conference is over.

I know it’s possible.

But it isn’t a given.

This city tells the story of 25 years of equal marriage.

The story of Anne-Marie and Hélène, who donated their wedding dresses

and rings to Dutch museums.

The story of Dolf and Gert, whose wedding photos ended up in school

textbooks.

But who also said: ‘When we kissed, the outside world just disappeared.

The only thing left was our love for each other.’

Friends, that short phrase encapsulates everything we stand for:

Love for each other.

Today, tomorrow and forever.

And I can’t think of a better sentiment with which to open this conference.

Thank you.

 

Powered by Labrador CMS