interview
"Ik wil dat de wereld ziet dat drag een prachtige kunstvorm is"
Yildiz Siskens richtte Drags of Anarchy op in het diepste coronajaar 2020, met niets anders dan een idee, een telefoonnummer van Envy Peru en twaalf jaar ervaring als boekingsagent voor dj's. Bijna zes jaar later runt ze een boekings- en managementbureau dat namen als Danny Beard (winnaar van Drag Race UK) Envy Peru en Janey Jacké wereldwijd vertegenwoordigt en de nationale dragscene op de kaart heeft gezet: van Cheesecake in Breda tot een mainstream EDM Cruise voor de kust van Singapore. Winq ging bij haar langs voor een gesprek over burn-outs, D&I-budgetten die zomaar halveren en waarom drag net zo mainstream mag worden als een gevierde Nederlandse BN’er.
Hoe is Drags of Anarchy ontstaan?
“In juni 2020 kreeg ik het idee. Ik werkte nog als boekingsagent voor dj's en zat urenlang in de auto naar Leeuwarden met Envy Peru. We kletsten over van alles en ik vroeg wie haar boekingen deed. Op een professioneel level bestond dat gewoon niet, nergens in Europa. Toen gingen bij mij alle lampjes branden. Ik dacht: met mijn kennis kan ik drag mainstream maken. Ik heb meteen een website gebouwd en de cast van Drag Race Holland benaderd, en bijna iedereen zei ja. Zodra de show werd aangekondigd, barstte ’t uit zijn voegen.”
Je hebt ook queens getekend voordat ze bekend waren, zoals Keta Minaj & My Little Puny.
“Ja, die had ik al voor seizoen 1 van Drag Race. In de queer community hoor je continu dezelfde namen langskomen: wie moet je echt in je agency hebben? Keta Minaj & My Little Puny hadden een geschoolde achtergrond in dans en acteren, dat talent – dat zag ik meteen. We hebben ze gepusht voor seizoen 2, en de rest is geschiedenis.”
Zes jaar hard werken heeft ook een prijs gehad.
“Ik heb een burn-out gehad – ik runde twee fulltime bedrijven tegelijk en op een gegeven moment moest ik kiezen. Ik heb mijn aandelen van mijn DJ agency verkocht en ben volledig verder gegaan met de queens. Nu heb ik een investeerder en werken we met z'n vijven op kantoor. We hebben inmiddels dertien banen gecreëerd, mezelf, het personeel en de queens meegerekend.”
Wat doet die plotselinge bekendheid met de meiden na Drag Race?
"Het levert vooral dankbaarheid op. Ze hebben nooit die representatie gehad en ineens is er een podium, meer boekingen, meer verantwoordelijkheid. Wij zitten hier op kantoor continu promoters te educaten: dit is wat een queen kost, dit is hoeveel tijd de make-up kost en hoeveel de kostuums, pruiken en accessoires kosten. Als iemand veel te weinig wil betalen, leg ik uit dat dat gewoon niet kan. Soms komen ze een jaar later terug met een hoger bedrag. Dan heb je ook echt waardering voor het werk.”
Hoe bewaak je dat queens serieus genomen worden op commerciële klussen?
“Je moet echt in gesprek met de promoter: wat wil je, wat voor publiek komt er? Ik heb bijvoorbeeld ooit een drag bingo in het oosten van het land neergezet en dacht: hopelijk gaat dit goed. Het werd een van de vetste edities ooit. Maar ik heb ook weleens gezien hoe kwetsbaar het kan zijn: bij een grote show zag ik een paar dronken hetero-jongens die steeds joliger werden richting het podium. Uiteindelijk gebeurde er niks, maar je houdt het wel in de gaten. Door sommige mensen worden dragqueens nog steeds niet gezien als serieuze artiesten."
Heb je last van Trump? Je weet wel; Donald Trump?
“Corporate events zijn de afgelopen twee jaar met vijftig procent gedaald, vooral door Amerikaanse bedrijven die worden aangevallen op hun D&I-budgetten. Maar waarom vallen wij eigenlijk onder D&I? Wij zouden toch ook gewoon onder marketing moeten vallen? Het is belachelijk dat een pride-campagne tien keer zo weinig budget krijgt als een normale campagne.”
Heb je weleens een merk geweigerd?
“Zeker. Een groot internationaal bedrijf wilde bij ons beginnen met een campagne, maar was zelf totaal niet inclusief. Allemaal witte mannen in pakken – met alle respect. Toen hebben we gezegd: laten we eerst binnen jullie eigen bedrijf beginnen, met D&I-talks en HR-beleid. Dat hebben ze gedaan, en pas daarna gaan we misschien naar buiten. Zo bescherm je ook de queen die erheen gaat.”
Verandert Instagram de esthetiek van drag?
“Zeker, maar talent blijft het belangrijkste. Ik heb ooit een queen in Montreal ontmoet, Sami Landri, die er totaal niet gelikt uitzag: een jaren negentig Paris Hilton-look met twee losse haarstukken. Maar ze bracht het zo over dat het niet uitmaakte hoe ze eruitzag. Dat vond ik geweldig. Aan de andere kant zie je queens zoals ChelseaBoy, die haar kunstzinnige kant combineert met commerciële muziek, en dat vindt iedereen he-le-maal te gek.”
Wat mist er nog in het Nederlandse landschap?
“Ik zou graag zien dat Chèri Chèri terugkomt, die show was groots en professioneel. En ik wil heel graag een grote one-woman show van een van onze queens die door theaters en over festivals toert. Met Danny Beard ben ik daar al mee bezig. Het allerliefste zou ik zien dat een van onze queens een eigen tv-programma presenteert, ook out of drag. Waarom is een bekende tv-komiek grappig genoeg voor televisie, en krijgen onze queens dat platform minder snel? Dat is tien keer grappiger, met alle respect. Daar blijf ik gewoon voor strijden.”