Interview

Thorn de Vries: “Mijn bestaan is activistisch”

Thorn over acteren, activisme en non-binariteit

Leestijd: < 1 min

Met tomeloze positieve energie maakt acteur Thorn de Vries – vanaf vandaag te zien in de bioscoopfilm ANNE+ – de non-binaire Nederlander steeds zichtbaarder. Tot angst van menig persoon die zich wel identificeert als ‘hij’ of ‘zij’. “Nergens voor nodig. Het is niet zo dat mijn bestaan het jouwe uitwist.”

Als kind wenste acteur Thorn de Vries zichzelf het liefst onzichtbaar, maar inmiddels duikt hen overal op. Sinds vorig jaar speelt Thorn in SpangaS: de Campus, met vriendin Mandy Woelkens maakt hen liefdespodcast #COUPLEGOALS en vanaf vandaag is hen te zien op het witte doek, in het filmvervolg op hitserie ANNE+. Met de tijd die Thorn nog over heeft, ontkracht die via social media mythes over non-binaire personen en helpt hen mensen het gebruik van non-binaire voornaamwoorden onder de knie te krijgen.   

Vorig jaar bemachtigde jij zonder acteerervaring een rol in jeugdserie SpangaS: De Campus. Hoe kreeg je dat voor elkaar?
“Ik werkte destijds als video-editor. Leuk, maar ook eentonig werk. Uren per dag zat ik in een hokje achter een scherm. Als kind speelde ik weleens met het idee acteur te worden, maar ik durfde nooit, was er te onzeker voor. Tot iemand me op een dag tagde in een Facebook-oproep: de makers van SpangaS zochten een non-binair persoon voor een non-binair personage. Acteerervaring was een pre, maar niet vereist. Dit kan ik, dacht ik, en voor ik het wist stond ik op de set.”

Tekst loopt door onder dit blok

“Sinds ik me realiseerde dat ik non-binair ben, heb ik geen dag meer met mezelf geworsteld”

Wat verfrissend om te horen dat de makers proactief op zoek gingen naar een non-binair persoon voor die rol. Daar kan Hollywood nog een puntje aan zuigen.
“En toch was ik op mijn hoede. Ik was inmiddels gewend aan plekken die inclusief willen lijken, maar dat niet zijn. Zodra ik ontdekte dat Diana Sno, de scenarist van SpangaS, zelf een non-binair kind heeft, wist ik dat het goed zat.”

Wat ging er mis op die plekken die niet zo inclusief bleken als ze zich voordeden?
“Vroeger deed ik af en toe modellenwerk. Ondanks dat ik altijd van tevoren doorgaf non-binair te zijn, lagen er vaak alleen maar jurken, panty’s en hakjes voor me klaar, onder het mom van: we gaan lekker spelen met jouw gender. Ook ging het vaak mis met mijn pronouns, mijn voornaamwoorden.”

Hoe is dat op de set bij SpangaS?
“Het gaat vooral vaak mis wanneer mensen óver een non-binair persoon praten in plaats van met en dat gebeurt op een set natuurlijk aan de lopende band. Soms gaat het goed, soms is er meer oefening nodig. Dat is oké: het zou niet realistisch van mij zijn om te verwachten dat het in één keer goed gaat.”

Al zou dat af en toe wel lekker zijn.
“Dat is helemaal waar. Begin dit jaar stond ik op de set voor het filmvervolg op queer serie ANNE+. Daarin speel ik het non-binaire personage Lou. Aan het eind van een van de draaidagen besefte ik ineens: wow, ik ben vandaag geen een keer gemisgenderd [met de verkeerde voornaamwoorden aangesproken – red.]. Op de monitor van een van de crewleden spotte ik een stukje tape met daarop ‘die/hen’. Daarmee had hij zichzelf de hele dag herinnerd aan mijn voornaamwoorden. Daardoor voelde ik me zo welkom, thuis en veilig.”

Een nieuw begin

Wat voor kind was je?
“Niet een heel blij kind. Ik groeide met mijn ouders en zusje op in Hoevelaken, in de biblebelt. Sociaal was ik erg ongemakkelijk; al rond mijn achtste bezocht ik voor het eerst een psycholoog, om te kijken waar die schuwheid vandaan kwam. Ik vond veel rust in de natuur, dat is nog steeds zo. We waren echt een outdoorgezin, gingen altijd op sportvakanties: skiën, kajakken, bergbeklimmen, dat werk. Als jonge kinderen hingen mijn zusje en ik al aan een draadje aan een berg.”

Op je zeventiende verhuisde je naar Amsterdam. Wat was je verwachting van die stad?
“In Amsterdam kan alles, dacht ik. Daar kan ik eindelijk mezelf zijn. Ik zat niet lekker in mijn vel en hoopte dat alles hier goed zou komen. Destijds identificeerde ik me als lesbisch. Ik wist dat ik op vrouwen viel, dus dacht dat dit het juiste hokje voor mij was. Op den duur had ik bijna al mijn schaapjes op het droge: mijn studie ging goed, ik had leuke vrienden, een vriendin, was uit de kast, maar nog steeds was ik voor mijn gevoel niet mezelf. Pas op mijn 21ste besefte ik dat ik niet mijn seksualiteit, maar mijn genderidentiteit verder moest onderzoeken.”

Thorn de Vries
Thorn de Vries

“Voor een ‘x’ in mijn paspoort moet ik een zaak aanspannen tegen de staat”

Kwam dat besef als een aha-erlebnis?
“Het gebeurde toen ik me liet testen op hiv bij een gratis kliniek. Een impulsieve beslissing: mijn seksuele geschiedenis gaf nul reden tot zorgen. Na de testuitslag – negatief, zoals verwacht – zei de vrouw die me hielp: ‘Laten we het nu eens hebben over waarom je hier echt bent. Weet je zeker dat jij niet trans bent?’ Het was alsof de muur die ik rond mezelf had opgebouwd met een sloopkogel kapot werd geslagen. De vrouw die de test afnam was zelf transgender en legde me uit dat er ook zoiets bestaat als non-binariteit. ‘Als ik naar jou kijk’, zei ze, ‘zie ik geen man, geen vrouw, maar een God’. Sinds dat moment heb ik geen dag meer met mezelf geworsteld.”

Werd je daarna ook vrijer in je genderexpressie?
“Ik zeg altijd: ik had geen acteerervaring, maar heb wel 21 jaar een rol gespeeld. Tot dat moment had ik lang haar en droeg ik kleren van de vrouwenafdeling. Ik had al vaker overwogen mijn haar kort te laten knippen, maar vrienden ontmoedigden me, zeiden dat ze het zonde zouden vinden. Tijdens een reis in Australië heb ik er uiteindelijk de schaar in laten zetten door een peperdure celebritykapper. Ik had er een jaar lang voor gespaard. Ook ben ik sindsdien steeds meer kleren van de mannenafdeling gaan dragen.”

Wat veranderde er door die beslissingen?
“Ineens kreeg ik altijd de rekening als ik met een meisje uit eten ging, zo bizar. Door het nieuwe kapsel kreeg ik ook een heel ander gezicht. Vroeger verstopte ik mijn gezicht altijd; ik vond mezelf niet knap. Nu kon dat ineens niet meer. Achteraf gezien was die knipbeurt een van de eerste stappen in een proces waarin ik steeds meer van mezelf ben gaan houden.”

De geboorte van Thorn

Sinds wanneer gebruik je de naam Thorn?
“Thorn ontstond in eerste instantie als mijn dragking alter ego en de naam die ik gebruik in de ballroom community. Mijn ballroom mother Amber Vineyard gaf me die naam. Ze wilde ermee benadrukken dat de doornen van de roos óók een onderdeel van mij zijn. Ballroom en drag bood me de kans stapje voor stapje mijn masculiniteit verder te verkennen.”

Gebruik je de naam Roos, die je bij je geboorte kreeg, ook nog altijd?
“Ik begin Thorn steeds meer als mijn enige naam te gebruiken. Mijn vriendin Mandy heb ik ook gevraagd langzaam aan die naam te gaan wennen. Ten eerste omdat het een vette naam is, ten tweede omdat de naam Roos bij veel mensen associaties met een vrouw oproept; bijna iedereen heeft wel een nichtje, vriendin of collega die Roos heet. Daardoor verspreken ze zich vaak. Wanneer ik met Thorn word aangesproken, word ik minder vaak gemisgenderd.”

Begin dit jaar onderging je een top surgery, een borstverwijderende operatie. Ik las dat je daar tien jaar mee hebt gewacht.
“Ik was daarin inderdaad erg streng voor mezelf. Ik vroeg me lang af of ik me nog wel als non-binair mocht identificeren zonder borsten. Nu denk ik: wat een onzin. Je hoeft er niet op een bepaalde manier uit te zien om non-binair te zijn. Ik vond mijn borsten prachtig – op iemand anders had ik ze fantastisch gevonden –, maar het voelde alsof ze niet van mij waren. Ik werkte ze lang weg met een binder [een hesje dat veel trans personen dragen om hun borsten weg te drukken – red.], maar daardoor voelde ik me letterlijk gevangen in mijn lijf. De binder benadrukte voor mij het gevoel van benauwdheid, van verstikking.”

Thorn de Vries
Thorn de Vries

“Een doods­bedreiging van een internet­gekkie gaat me echt niet van mijn plan brengen”

Wat heeft deze operatie je gebracht?
“Ik ontdek nog iedere dag handelingen die ik leuker vind zonder borsten. Dansen, bijvoorbeeld. Dat kon ik na de operatie lange tijd niet doen omdat de littekens moesten herstellen. Ik voel me nu zoveel vrijer en durf meer vrouwelijkheid op te zoeken in mijn genderexpressie. Ik zit ook meer rechtop. Vroeger zat ik meestal ineengedoken om mijn borsten te verbergen.”

Ik las op Instagram dat je ook de strijd aangaat voor een ‘X’ in je paspoort. Wat heeft je daar tot nu toe van weerhouden?
“Ik heb een paar keer eerder op het punt gestaan, zelfs ooit een advocaat gemaild, maar het is een moeilijk proces. Een naamswijziging, een ‘v’ in een ‘m’ laten veranderen of vice versa, dat is goed te doen, maar voor een ‘x’ moet je in Nederland een zaak tegen de staat aanspannen. Daarnaast is het niet goedkoop.”

Iets zegt me dat dat voor jou niet het belangrijkste struikelblok was.
“Het zwaarste is dat ik een gevecht aanga waarin ik de hele tijd moet bewijzen wie ik ben en dat ik geen spijt zal krijgen van mijn beslissing. Net als toen ik mijn borsten liet verwijderen. Het is vermoeiend en duurt lang; ik ken mensen die op een gegeven moment maar voor een ‘m’ of ‘v’ hebben gekozen, omdat er geen schot in de zaak zat. Ik schaam me bijna om dit te zeggen, maar ik heb ook een tijdje gedacht: ik spreek me over zoveel dingen uit, mag ik nu niet een keer wachten tot de regering hier werk van maakt, tot anderen deze strijd leveren en ik het op de makkelijke manier kan regelen?”

Waarom die schaamte?
“Ik voel me met mijn bereik verantwoordelijk. Als het mij lukt, dan pakken media het misschien op en daarmee wordt het mogelijk makkelijker voor anderen. Ik wil niet de hele tijd op de barricaden staan, maar gezien er niets verandert heb ik haast geen keuze. Dit staat duidelijk niet bovenaan de politieke agenda. Maar goed: het betekent wel dat ik wéér op de barricaden klim, terwijl ik met mezelf had afgesproken dat iets minder vaak te doen.”

Positief activisme

Ik zie in jou iemand die in alles wat die doet een laagje activisme verwerkt. Zie je dat zelf ook zo?
“Mijn bestaan is activistisch. Ik kan er niet omheen. Wat ik mooi vind aan activisme is dat je er je eigen vorm aan kunt geven. Ik kan mijn woede niet zo goed uiten, het schoppen past dus niet bij mij, maar dat gezegd hebbende: die schoppende activisten zijn net zo hard nodig als ik. Zonder mensen die door een megafoon schreeuwen, zou ik niet mijn ding kunnen doen. Nadat een andere activist de deur opentrapt, kan ik erdoorheen stappen en mijn vorm van activisme bedrijven. Die bestaat uit gesprekken aangaan en begrip opbrengen voor zoveel mogelijk mensen.”

Dat moet soms een lastige opgave zijn.
“Af en toe kan ik inderdaad wel wat leren van mensen die minder pikken. Als iemand mij uitscheldt, ben ik eerder geneigd hun te vragen of ze oké zijn dan hun te zeggen dat ze over mijn grenzen gaan. Soms levert dat een mooi gesprek op, soms doet iemand er vervolgens nog een schepje bovenop. Daar doe ik overigens wel altijd aangifte van. Een doodsbedreiging van een of andere internetgekkie gaat me echt niet van mijn plan brengen. Anoniem account of niet, ik pak je gewoon.”

Thorn de Vries
Thorn de Vries

Op de bekendmaking dat jij in SpangaS ging spelen kwamen veel heftige reacties. Wat deden die met je?
“Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ze me niets deden. Voor mijn gevoel had iedereen het erover. Mandy en ik kregen zelfs doodsbedreigingen, met daarbij de woorden ‘ik weet waar je woont’. Hoe meer ik daarbij stilstond, hoe enger het werd.”

Hoe ontstaat die haat tegen non-binaire personen denk je?
“Wanneer een gemarginaliseerde groep zichtbaarder wordt, komt er vaak een tegenreactie van mensen die bang zijn dat hun iets wordt afgenomen. Nergens voor nodig, het is niet zo dat mijn bestaan het jouwe uitwist. Het kan ook jaloezie zijn: de hele samenleving gaat in feite gebukt onder rigide genderrollen en ik heb daar schijt aan. Soms zit er iets heel anders achter zo’n haatbericht. Eén keer bleek het bijvoorbeeld een jochie van 12 te zijn, wiens ouders gingen scheiden en die zelf heel erg gepest werd.”  

Wat vind je een van de lastigste aspecten aan het activistische werk?
“Dat ik voor veel media in eerste instantie non-binair ben en dan pas acteur. Daarom vind ik het fijn dat jouw eerste vraag over mijn acteerwerk ging. Dan voel ik me niet ‘die non-binaire persoon’, maar een acteur die toevallig non-binair is, of gewoon een persoon. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het geen enkel probleem om over non-binariteit te praten, die zichtbaarheid is ook nodig, maar ik ben zoveel meer dan dat. Ik heb ook hobby’s, dingen waar ik goed en slecht in ben.”

Zoals?
“Koken, dat kan ik voor geen meter. Tegenover media denk ik soms: leer mij nu eens echt kennen.”

“Er komen steeds meer fantastische rolmodellen bij voor mijn community”

Je krijgt vast ook veel positieve reacties.
“Zeker, van zowel ouders als kinderen. Daardoor weet ik dat wat ik doe zin heeft. Er komen ook steeds meer fantastische rolmodellen bij voor mijn community. Laatst kwamen in één maand artiest Demi Lovato en presentator Raven van Dorst uit de kast als non-binair. Ook van de voorlichtingen die ik geef op middelbare scholen krijg ik hoop.”

Wat zie je daar voor ontwikkeling?
“Ik heb nog nooit het idee gehad dat ik voor niets was gekomen. Ik ga altijd met een fijn gevoel weg. Tuurlijk, soms kom ik in klassen waar ik flink aan de bak moet. Maar ik kom ook in klassen waar een regenboogvlag in het lokaal hangt, er acht kinderen panseksueel zijn, twee non-binair, vier biseksueel en twee lesbisch. Dat geeft me echt hoop voor de volgende generatie.” 

Thorn is nu te zien in de bioscoopfilm ANNE+.

Beeld: Stijn de Vries
MUAH: Clayton Leslie
Styling: Wouter Rave

Powered by Labrador CMS