Leviticus maakt van queer verlangen een dodelijke nachtmerrie
Een opwindende mindfuck die vermaakt, maar ook een boodschap uitdraagt
Wat krijg je als je de aantrekkingskracht van Heartstopper en Heated Rivalry combineert met conversietherapie, religieuze repressie en een bovennatuurlijke moordmachine? De queer horrorfilm Leviticus, een opwindende mindfuck die vermaakt, maar ook een boodschap uitdraagt.
Leviticus is het duizelingwekkende regiedebuut van de Australische filmmaker Adrian Chiarella en speelt zich af in een verstikkend streng-religieus, Australisch plattelandsdorp, waar twee tienerjongens, Naim en Ryan, in het geheim voor elkaar vallen. Hoofdrolspelers Joe Bird en Stacy Clausen spelen die aantrekkingskracht alsof de camera er niet bij is: intense blikken die net te lang duren en tongen die elkaar gretig vinden zorgen voor een spanning die van het scherm afspat en je als kijker bijna ongemakkelijk laat voelen. Het is deze chemie die het verhaal moet dragen, en ze doen het overtuigend. Je gelooft deze twee jongens volledig, en dat zorgt ervoor dat alles wat erop volgt zoveel harder binnenkomt.
een verboden liefde in een vijandige buitenwereld
Wie series als Heated Rivalry of Heartstopper kent, herkent het recept: twee mooie jongens die compleet opgaan in een verboden liefde, omringd door een vijandige buitenwereld. Maar waar die series de romantiek als eindpunt gebruiken, gebruikt Chiarella hem in Leviticus als lont. Want in dit dorp is verlangen geen liefde die mag bloeien. Het is iets dat genezen moet worden.
Als de conservatieve gemeenschap lucht krijgt van de geheime liefde tussen Naim en Ryan, wordt al snel een bekeringsritueel georganiseerd. Dat ritueel gaat, uiteraard, verschrikkelijk mis. In plaats van de jongens te "genezen", roept het een kwaadaardige entiteit op met een angstaanjagende eigenschap: het neemt de vorm aan van de persoon naar wie het slachtoffer het meest verlangt. Voor Naim en Ryan betekent dat: elkaar. De liefde van hun leven wordt letterlijk het monster dat hen achtervolgt.
“horror gaf decennialang geen plek aan queer personages, maar nu wordt het genre juist doelbewust ingezet om queer angst, verlangen en trauma rechtstreeks te verbeelden, zonder therapiesessies of coming-outverhalen”
van Bijbelboek naar horrorflick
Dat de film de titel draagt van het Bijbelboek waarin homoseksualiteit ooit tot grote zonde werd verklaard, is dan ook geen toeval. Het is een verwijzing die in de rest van de film niet eens meer benoemd hoeft te worden. Leviticus verandert bijna ongemerkt van een knap gespeeld coming-of-age-verhaal naar iets veel urgenters: de bekeringstherapiepraktijken die, ondanks de bewezen schadelijke effecten, wereldwijd nog altijd bestaan: ook dichter bij huis dan je zou willen. Chiarella heeft er geen prekerig verhaal van gemaakt: hij laat het beeld van een allesvernietigend ritueel het werk doen. Dat maakt het zowel meeslepend en gruwelijk als als woedend makend, en precies dát contrast maakt Leviticus zo sterk en relevant. Het monster is niet de queerness van Naim en Ryan, het monster is wat hun gemeenschap ervan probeert te maken. De jongens vechten niet tégen wie ze zijn, ze vechten sámen, en in die strijd zit een saamhorigheid die elke queer kijker zal herkennen: het gevoel dat je elkaar nodig hebt om te overleven in een heteronormatieve wereld.
Sinds de wereldpremière op het Sundance Film Festival hangt er bij zowel publiek als filmcritici een positieve buzz rond de film. Niet gek trouwens: Leviticus komt van dezelfde producenten als het horrorsucces Talk to Me, de Sundance-doorbraak van twee jaar geleden. Samen met The Babadook en Bring Her Back bevestigt Leviticus dat Australië momenteel de meest interessantste horror aflevert.
queerness als filmbeleving
Maar de film past ook in een bredere verschuiving binnen de lhbtqia+-cinema. Waar queer verhalen lang beperkt bleven tot het herkenbare drama van coming-out en acceptatie, duiken ze de laatste jaren steeds vaker genrefilms op. Horror gaf decennialang geen plek aan queer personages, maar nu wordt het genre juist doelbewust ingezet om queer angst, verlangen en trauma rechtstreeks te verbeelden, zonder therapiesessies of coming-outverhalen. Leviticus is een van de sterkste voorbeelden tot nu toe: een film die queerness niet als thema uitlegt, maar als een totale cinema-ervaring binnenkomt.
We leven in een tijd waarin conversietherapie in delen van de wereld weer bespreekbaar wordt gemaakt en religieus conservatisme door sommige politici openlijk wordt omarmd. Leviticus is geen escapistische genrefilm, maar een spiegel, verpakt in bloed en verlangen, die laat zien wat er gebeurt wanneer een gemeenschap besluit dat liefde een ziekte is die verbannen moet worden. Dat maakt hem relevanter dan bijna elke recente horrorfilm. De chemie tussen de twee hoofdrolspelers is onweerstaanbaar, de verstikkende sfeer werkt precies goed, en achter de schrikeffecten zit een laag die je nog dagen bijblijft. Leviticus laat zien dat queer horror niet alleen kan laten schrikken, maar ook kan bevrijden.
★★★★☆
Leviticus draait vanaf 3 september in de Nederlandse bioscopen en is als voorpremière op 2 september te zien tijdens Pathé Pride Night.