STRAFFE AVONDKLEDING



Puey Quinones

Er is iets met de maximaal beveiligde gevangenissen op de Filippijnen. De dansende gevangen in Cebu waren een paar jaar geleden een ongekende hit op YouTube met hun eerbetoon aan Michael Jackson. In een andere strenge gevangenis in Manilla brengt modeontwerper Puey Quinones moordenaars, verkrachters en terroristen de fijne kneepjes van mode en design bij. Hun creaties worden gedragen door de koning van Swaziland en Imelda Marcos. Quinones gaf gedetineerden hun waardigheid terug. “Dit zijn mijn broers, en ik ben hun verwende zusje.”

Catwalk tussen de tralies

Nee, het kan niet waar zijn. Geoffrey Fadares had niet gedacht dat hij dit ooit nog zou meemaken. Niet sinds hij zijn leven voorgoed had vergooid. Een meisje! Een jong, knap meisje, opgemaakt en superslank, met lange benen. Hij kan het niet geloven. Hij schudt zijn hoofd om zich ervan te vergewissen dat het geen droom is, en dan laat hij de hamer uit zijn hand glippen, die vervolgens op zijn voet valt. Hij merkt het niet eens. Hij komt pas weer bij de les als zijn vriend Butch hem een tik tegen het achterhoofd geeft. “Kom op, jongen. We zijn hier om te werken, niet om te dromen,” zegt Butch, en hij staart de Filippijnse schoonheden na terwijl die een andere ruimte in verdwijnen. Andere mannen wrijven zich in de ogen, alsof ze net getuige zijn geweest van een wonder. De modellen merken niet eens dat deze mannen in hun oranje gevangenisshirt hen met open mond aanstaren. Ze kijken dwars door hen heen, alsof ze lucht zijn, niet meer dan een vlek op hun netvlies.

De mannen zijn het gewend. Dit blijft immers een gevangenis en zij zijn stuk voor stuk gevangene. Deze veroordeelde moordenaars, verkrachters, slavenhandelaren en ontvoerders hebben vrijwel alles gedaan waaraan een man zich schuldig kan maken. Misschien zijn de meisjes gewoon bang omdat ze voor het eerst in New Bilibid zijn. De zwaarbeveiligde gevangenis in een buitenwijk van Manilla is een fort dat is opgetrokken uit beton en prikkeldraad, met militaire wachtposten en alarmsystemen. Het is een gevangenis voor zware jongens. Het beslaat 551 hectare, huisvest 22.000 gevangenen en omvat vijf kerken, een markt, bars, winkels, soepkeukens, kapsalons en zelfs souvenirkraampjes voor bezoekers. Een parallel universum achter hoge muren.

Geoffrey heeft na een lange carrière als autodief pech gehad. Het kwam door die ene Mercedes, die gewoonlijk toch zo eenvoudig open te krijgen zijn. Toen hij gearresteerd werd, wist hij dat hij een flinke tijd zou moeten brommen, maar toen de rechter hem twintig jaar gaf, vond hij dat toch wat gortig. Als de meisjes zijn verdwenen, staan Geoffrey en zijn vriend een tijdje aan de grond genageld terwijl ze proberen te verwerken wat ze zojuist hebben gezien. Geoffrey laat een woord over zijn tong rollen: “Girrrls!” “Denk je dat zij vanavond onze kleding gaan showen?”, vraagt iemand. Stilte. Ze weten dat de babes allemaal ervaren modellen zijn. Dan lachen de bajesklanten om de verbijsterde uitdrukking op hun eigen gezicht en ze gaan verder met hun werk: kransen aan de gevangenismuren hangen, het podium en de catwalk in elkaar schroeven en timmeren, de vloer soppen, lampen en kabels binnendragen en stoelen neerzetten in de gezamenlijke ruimte van deze zwaarbeveiligde gevangenis in Manilla, waarin vanavond voor het eerst een modeshow wordt gehouden. Er zullen acteurs, politici en presentatoren komen, en die laatste zullen op televisie verslag doen over de gevangenen. Voor alle betrokkenen is het een dag om nooit te vergeten.

Gewapend met naald en draad

De man die dit allemaal mogelijk heeft gemaakt leunt tegen een pilaar. Hij draagt een zonnebril van Gucci met glazen zo groot als schoteltjes en kijkt naar zijn protegés, die hij een jaar geleden onder zijn hoede heeft genomen. Puey Quinones is een van de bekendste modeontwerpers van de Filippijnen en Imelda Marcos en de koning van Swaziland behoren tot zijn klantenkring, naast actrices, fotomodellen en politici. Hij heeft dit evenement georganiseerd, de autoriteiten en de gevangenisdirecteur omgepraat, modellen geboekt en uitnodigingen verstuurd.

Met zijn armen over elkaar staat de 29-jarige ontwerper trots te glimlachten, als een vader die toekijkt bij een potje voetbal van zijn zoons. Hij heeft ze alles geleerd wat ze weten: Geoffrey en Butch, de travestiet Joshua, Manuel de drugssmokkelaar, en alle anderen die elke week gewapend met naald en draad naar zijn workshop komen. Hij leert ze kleding te ontwerpen, hoe ze die op maat moeten maken en vervolgens versieren met pailletten en er stijlvolle patronen op aanbrengen – avondkleding voor de high society van Manilla met hun eindeloze cocktailparty’s, bruiloften van prominenten en evenementen waarbij de rode loper wordt uitgerold. Puey Quinones is een kleine, magere man die graag een rok mag dragen, het liefst een Lychee Martini drinkt en een welome gast in de clubscene van Manilla is. Hij is één brok energie van welgeteld 1,65 meter. Anderhalf jaar lang is hij elke dinsdag naar de plek gereden waar gewoonlijk alleen bewakers, advocaten en priesters komen. Het was nooit zijn bedoeling geweest dat de gevangenis zo’n grote rol in zijn leven zou gaan spelen. Het was een speling van het lot, zoals hij het zelf noemt. “Als iemand me twee jaar geleden verteld had dat ik vrijwillig en elke week naar de gevangenis zou gaan om moordenaars te leren kleding te maken, zou ik ze hebben uitgelachen.”

Vroeger sloegen ze elkaar uit pure verveling in elkaar…

Het was een oom die als vrijwilliger meewerkte aan een rehabilitatieprogramma in de gevangenis, die Quinones overhaalde zijn talent met anderen te delen. Hij kwam ook op het idee van een workshop. “Ze hebben je hulp hier nodig, Puey,” zei de oom. Aanvankelijk had Quinones tegen zijn voorhoofd getikt om de oom duidelijk te maken dat hij gek was, en vervolgens had hij het idee verworpen. Maar dat was niet het einde van het verhaal. De oom gaf zich niet gewonnen. Hij smeekte, praatte eindeloos op Quinones in, en hoewel hij merkte dat de gedachte alleen al, hem nerveus maakte, liet hij Puey beloven in elk geval langs te komen in het detentiecentrum, “al is het maar één keer, heel kort.” Snel naar binnen en meteen weer naar buiten, dat was het idee. Een week later had de oom hem achter de gevangenismuren. Eenmaal binnen ging Puey meteen op een stoel zitten. Zijn hele lichaam beefde van angst en hij trok zijn knieën stevig tegen zijn borst. Hij was een lijkbleek hoopje ellende. Voor hem zaten gespierde kerels vol tatoeages die hun kolenschoppen van handen uitstaken en zich voorstelden met: “Hoi, ik ben Ernesto en ik heb twee meisjes verkracht en vermoord.” De gevangenen waren blij met het bezoek. Ze behandelden Puey Quinones met respect. Ze vertelden hem verhalen en stelden hem vragen. Maar uit pure doodsangst slaagde hij er niet in hardop te antwoorden – het enige wat hij kon doen was knikken of zijn hoofd schudden. Na zijn eerste bezoek was hij helemaal van slag van alle verhalen en alle mensen, maar het was spannend geweest – een avontuur. Veel spannender dan zijn dagelijkse leven in Makati, het financiële district van Manilla met zijn luxe hotels, waar het leven draait om galadiners en bruiloften. Dat hij zich uiteindelijk toch aan de gevangenis verbond was te danken aan de Lamb of God Foundation, een groep van vijf studenten die veroordeeld zijn voor het per ongeluk doden van een andere student tijdens een ruzie tussen twee concurrerende groepen op de Universiteit van Cebu. Ze werden tot levenslang veroordeeld. En ze wachten al drie jaar op de hervatting van hun hoger beroep omdat ze naar eigen zeggen onschuldig zijn. Elke gevangene behoort tot een gang, ingedeeld per regio waar ze vandaan komen. Vroeger sloegen ze elkaar uit pure verveling in elkaar. De Batman-gang vocht met de Cebu Boys, en Sigue Sigue Sputnik met de Happy Go Luckies – iedereen vocht met elkaar. Maar die tijden zijn nu voorbij. Vandaag de dag houden de gangleden zich bezig met boekenclubs, theater en muziekgroepen. Ze leren lezen en schrijven en hoe ze een karaokemachine moeten bouwen. Een senator die gevangen zit voor corruptie heeft een tennisbaan en basketbalveld laten aanleggen. En veertig zware criminelen maken avondjurken in Puey Quinone’s designworkshop.

Warren Zingapan, vicepresident van de Lamb of God Foundation, is een bonk van een vent met een zachte stem en uitdunnend haar. “Als iemand zijn hele leven in de gevangenis moet blijven, moeten ze hun tijd nuttig besteden, en dat werkt alleen als we het samen doen,” zegt hij. Hij zit in de keet die dienstdoet als kantoor voor de vereniging van gevangenen, pal naast de tennisbaan. Hij heeft weinig tijd – hij staat op het punt een wedstrijd te spelen en zijn tegenstander zit voor moord. “Zulke mensen laat je niet wachten,” zegt hij, en lachend schenkt hij thee voor ons in. Puey Quinones zit grijnzend naast hem. “Niet overdrijven, Warren,” zegt hij

Papzakken

“Puey heeft ons teruggegeven wat we al een hele tijd niet meer hadden,” aldus Zingapan: waardigheid, hoop en het gevoel toch nog nuttig te zijn en iets productiefs te doen. De gevangenis maakt van mensen ‘dikke papzakken die niets menselijks meer hebben,’ legt hij uit. “Ze raken gewend aan verloedering en vernedering, en soms voelen ze helemaal niets meer. Ze raken hun trots kwijt en vergeten uiteindelijk wie ze eigenlijk zijn. In het ergste geval worden ze te grazen genomen, behandeld als een stuk vuil en beschouwd als parasieten die de maatschappij niets meer te bieden hebben. In het gunstigste geval worden ze genegeerd als vreemdelingen. Maar ze worden hoe dan ook gezien als tweederangsburgers die geen medeleven of een tweede kans verdienen.” Puey Quinones hoort dit met een rood hoofd aan, duidelijk opgelaten dat hij als held wordt behandeld. “Het is beter om mensen een tweede kans te geven dan ze op te sluiten,” zegt hij. Maar dat moest hij eerst leren, en pas na verloop van tijd werden de kleine modeontwerper vrienden met zijn leerlingen uit de criminele onderwereld.

Na de workshops zitten ze vaak samen in het kantoor van de Lambs of God, en maken ze plannen voor als ze vrijkomen. En ze eten wat Puey heeft meegenomen: hamburgers, tapa’s of pancit bihon. Ze drinken ook plaatselijke alcohol, die in je keel brandt en je hersens verdooft. En als ze tot ’s ochtends vroeg feestvieren, blijft Puey soms zelfs een nachtje slapen in de gevangenis.

Een aandeel in elke jurk

Langzaam maar zeker begon Puey regelmatig langs te komen: elke dinsdag, week in, week uit. Voor elke avondjurk die hij verkoopt in de chique boetieks van Manilla ontvangen de gevangenen een deel van de opbrengst: honderd tot vijfhonderd peso, afhankelijk van de kosten. Hij noemde de modelijn Bilibid Fashion, en het is een bestseller. Tegenwoordig zijn het niet alleen de gevangenen die ervan profiteren. De bezoeken zijn inmiddels ook een soort therapie voor de modeontwerper geworden: hij ontvlucht er zijn opgeprikte wereld, weg van de rich en de beautiful, de poseurs en de slaafse volgelingen. Weg van alle prietpraat en roddels. Het werk met zijn leerlingen houdt hem met beide benen op de grond, wat hij nodig heeft om creatief te zijn. Hier in Bilibid vindt hij inspiratie. Het is vreemd, legt hij uit, maar in de gevangenis voelt hij zich veilig, bijna alsof hij er thuis is. “Dit zijn mijn broers, en ik ben hun verwende zusje.” Voor hun volgende project wil de ontwerper sjaals en stropdassen met opdruk naar Europa exporteren.

Armil Tristan Manjarez hoopt ook op een tweede kans. Hij noemt zichzelf Joshua en was 25 toen hij zijn leven vergooide. Hij was een verwend rijkeluisventje, maar zijn vader vond het minder dat hij homo was en draaide de geldkraan dicht. Woedend stalen Joshua en twee vrienden de auto van zijn vader, waarbij ze de chauffeur kidnapten. Ze bedwelmden hem met chloroform en toen hij wakker werd en probeerde weg te komen, sloegen de vrienden hem dood. Joshua stond erbij en keek ernaar, ladderzat en volledig stoned. De dag erna ging hij naar de politie ende strenge rechter stuurde Joshua naar de gevangenis. Dat is acht jaar geleden. Tegenwoordig is Joshua een van Puey Quinone’s meest getalenteerde leerlingen. “Ik was zo stom destijds,” zegt hij. Hij haalt een spiegel uit zijn tas en knijpt een van zijn ogen toe. “Ik wou dat ik het ongedaan kon maken. Ik zou alles anders hebben aangepakt.” Pas in de gevangenis heeft hij geleerd wat tolerantie inhoudt. Het is geen probleem om hier als homo door het leven te gaan. Niemand heeft moeite met zijn strakke broeken of lippenstift, niemand drijft de spot met hem omdat hij afwijkt van de norm, en dat komt omdat hij iedereen met rust laat. De gevechten tegen verveling, niets te doen hebben en de dagen waarop er niets gebeurt zijn erger, zegt Joshua.

Tiara’s en paardenstaarten

Om acht uur die avond is alles in gereedheid. De gasten arriveren: vrouwen met enorm haar en borsten waar duidelijk een plastisch chirurg aan te pas is gekomen, en mannen met leren jasjes en Italiaanse designschoenen. Geoffrey en Joshua naaien nog snel een paar pailletten op hun creaties. De luchtkusbrigade van Manilla is binnen. Een tv-presentator ondervraagt Puey Quinones. Ze draagt een tiara in haar haar en stelt de gebruikelijke vraag: of hij bang is als hij hier ‘met criminelen’ komt werken. Puey glimlach, praat over vooroordelen en tweede kansen, en zegt dat op deze avond de gevangenen de sterren zijn, niet hij. Dan werpt hij hun een kushandje toe. Even later glijden de modellen over de catwalk in de jurken die de gevangenen hebben ontworpen. Zelf zitten ze in een donker hoekje van de zaal, in de gaten gehouden door drie bewakers. Ze drinken cola en doen zich te goed aan de kippenvleugels en visballetjes van het buffet. Pas aan het einde roept Puey Quinones zijn leerlingen het podium op voor de grote finale. De jury heeft bepaald dat Geoffreys ontwerp de mooiste jurk van de avond is, en een man met een paardenstaart en een gouden armband biedt hem een cheque van 40.000 peso aan – bijna 600 euro. De gevangenen staan daar maar en staren naar de grond terwijl het applaus losbarst. Er lijkt geen einde te komen aan het gestamp en gefluit. Geoffrey en Joshua staan pal vooraan en grijnzen naar het publiek. Ze genieten van dit onbekende gevoel, het gevoel dat we trots noemen.

Tekst en beeld: Carsten Stormer/TCS. Vertaling: Dennis Keesmaat
Geplaatst op 13/09/11 door Winq Magazine
Geplaatst in Artikelen, Digest, Mode & Design, Winq'd