SJOERD KOOISTRA: I.M.



sjoerdkooistra

SJOERD KOOISTRA: I.M.

* Groningen, 18 maart 1951 - † Ubbergen, 28 juni 2010

Met de vermoedelijke kogel die Kooistra op 28 juni door zijn hoofd joeg, verdween niet alleen een markant ondernemer, maar ook een icoon uit de gay scene. Kooistra kwam zelden tot nooit op homofeesten, maar hij droeg de scene wel een warm hart toe en in weerwil van zijn imago als uncle scrooge betaalde hij links en rechts de nodige rekeningen. “Ik heb geen problemen met mijn geaardheid”, liet Kooistra bij leven in Winq optekenen, “maar goed, ik ben dan ook geen gillende nicht met een handtas.”

Kooistra’s eerste grote liefde, Rob Geerts, sterft in 1993 aan kanker. Kooistra twee jaar geleden: “Vlak voor kerst 1993 hoorden we dat hij kanker had, een jaar later was hij dood. Je ziet dat soort dingen op televisie en denkt: dat overkomt anderen. En dan ineens… Ik ben daarna veel harder gaan werken, daar moet ik eerlijk over zijn. Het is toch je enige afleiding.” Tijdens een Club Med-vakantie datzelfde jaar in Gran Canaria duikt Kooistra zijn tweede liefde op, het dan 22-jarige fotomodel Dick Loorbach. Die is net van zijn vriendinnetje af, dus dat komt mooi uit. Als de twee in 2003 twee jaar voor de wet trouwen, laat Loorbach als verrassing in enorme afmetingen een portretfoto van zichzelf maken – het gigantische ‘kunstwerk’ wordt tijdens de lancering van rijkeluislijst Quote 500 onthuld.

Toch heeft de coming out van de grootste en rijkste horecaverpachter van Nederland lang op zich laten wachten. Bijna 30 is Kooistra als hij stukje bij beetje uit de kast komt. Kooistra komt uit een milieu waar de mannenliefde niet bepaald populair was. De vader van Kooistra runt in diens puberteit een die hard alcoholistencafé in Emmen waar de stamgasten zonder uitzondering het plaatselijke woonwagenkamp bewonen. Als Kooistra in 1976 zijn eerste kroeg koopt, Bommen Berend in Groningen, kan hij een sissy imago ook niet gebruiken; de horecawereld is, zeker in die tijd, keihard.

“Volgens mij”, zegt Louis Röst, jarenlang de Amsterdamse compagnon van Sjoerd Kooistra, “liep het toenemen van de openheid van de homohoreca gelijk met Kooistra’s eigen openheid daarover.” In Groningen liet hij er liever niets over los, maar als hij in 1984 zijn eerste zaken in Amsterdam koopt, voelt hij zich in die stad vrijer. “In Groningen wisten ze allemaal wie hij was, in Amsterdam was hij gewoon een provinciale boer die kennelijk wat geld te besteden had.” Dat de eerste zaken die hij in Amsterdam koopt, homozaken zijn, is echter geen bewuste keuze. Röst: “De toenmalige vriend van Kooistra, Rob Geerts, hield het in Groningen niet uit. Die kreeg het daar benauwd. Daarom ging Kooistra in Amsterdam op zoek naar een aantal cafés. Een aantal, want eentje vond hij te weinig om een paar keer per week heen en weer tussen Groningen en Amsterdam te rijden. Bedenk: in die tijd had je nog nauwelijks zoiets als een fax, laat staan email.”

Sugardaddy

Kooistra kocht in Amsterdam wat hem werd aangeboden. Toevallig was dat Oblomov, een hip eetcafé dat zich niet nadrukkelijk op een homopubliek richtte, maar dat wel veel (door de vele spiegels aan de wand?) homopubliek trok. Niet veel later kocht Kooistra café April, dat wel een uitgesproken homozaak was. Maar Richter (1996) was weer géén exclusieve homodisco om niet te spreken over de horeca dat Kooistra later in de hoofdstad aanschafte: Hoppe, Keyzer, Oesterbar, Luxembourg en Dante. “Ik kijk niet naar welk publiek er in kroegen komt, ik kijk naar wat een kroeg omzet”, zei Kooistra eerder tegen Winq. “Goedlopende kroegen wil ik hebben en slecht lopende niet – of er moet potentie inzitten. Maar of er nou juist veel studenten komen of juist veel vrouwen, wat maakt mij dat nou uit? Als ze maar komen. Al dat gelul over homokroegen. Ik ben een ondernemer. Het enige wat mij interesseert zijn de cijfers.”

Toch is dat, zoals zo vaak bij Kooistra, niet helemaal de waarheid. De multimiljonair wilde bij tijd en wijle best de knip trekken voor de homoscene. als project zus of feest dat weer eens geld tekort kwam, dan werd Kooistra gebeld – en best vaak met succes. De gaypride steunde hij financieel, hij voer ook meerdere malen op een boot mee. En ook de gay media kon op hem rekenen. Zo nam Kooistra twee jaar geleden een klein belang in Winq. Niet om de revenuen, kunnen wij u influisteren.

De vraag is wat de erfgenamen van het imperium van Kooistra – er wordt gezegd dat Loorbach de enige erfgenaam is – met diens imperium gaat doen, en met name met de bekende homohoreca in de gay avenue van Amsterdam; de Reguliersdwarsstraat. Club Exit en later ook April werden voor de dood van Kooistra door Heineken al dichtgespijkerd wegens een forse huurachterstand. Staat binnenkort de halve straat leeg? Het ligt voor de hand dat Kooistra’s bedrijf, Plassania, uit elkaar gaat vallen. Er zijn financiële problemen en juridische geschillen met name met brouwers Heineken en Inbev, en er liggen vonnissen waarmee een aantal kroegen ontruimd kan worden. Het imperium van Kooistra zit ingewikkeld in elkaar, er was er maar één die wist hoe, en die is er niet meer. De advocaat van Kooistra, Oscar Hammerstein, heeft al laten weten dat Plassania bereid is alle betrokkenen bij de geschillen “openheid van zaken” geven en “met open vizier” de tegenpartijen tegemoet te treden. Pas als alle conflicten de wereld uit zijn, kan de boedel worden verdeeld. Het ligt niet voor de hand dat Plassania als één geheel blijft bestaan. Alleen Kooistra kon dat draaiende circus in de lucht houden – en zelfs toen dreigde ’t naar beneden te storten.

Biertje?

“Tijdens de laatste weken van Kooistra’s leven”, vertelt een voorname bron rondom Heineken aan Winq, “heeft Heineken lijstjes gemaakt met namen van horeca-exploitanten die van Heineken een zaak van Kooistra mochten gaan draaien zodra de brouwer Kooistra gewipt had. Sommige ondernemers doen er een moord voor op dat lijstje te komen want sommige locaties zijn goud waard. De Heinekenhoek op het Leidse Plein ligt bijvoorbeeld op het drukste punt van heel Nederland.” Ook voor de zaken in de Reguliersdwars is volgens hem belangstelling. “De Exit was voor het dichtgetimmerd werd een heel goed lopende zaak.” Kooistra was zelfs bezig een nieuwe Exit op te zetten in de Poelestraat in Groningen.

Aan de andere kant loopt de homohoreca niet meer zoals vroeger. Een ingewijde weet bijvoorbeeld dat een hippe tent als de ARC nog maar een derde van de omzet draait als onder de vorige eigenaar. De April draaide sinds de verbouwing wel een redelijke omzet, maar niet de omzet die het eigenlijk  zou moeten draaien. Iets wat Kooistra tot aan zijn dood bleef ontkennen. “Het is allemaal gelul. Het draait allemaal hartstikke lekker.”

Waarom pleegde Kooistra zelfmoord?

Sjoerd Kooistra was met zijn bedrijf Plassania in roerige tijden beland. Hij runde zijn bedrijf volgens een warrig verdienmodel: hij verdiende geld met het verpachten van horecaconcepten, hij verdiende geld met het verhuren van horecapanden en hij verdiende geld aan kick back fees (zogenaamde hectoliterkorting) van brouwerijen. Die drie geldstromen werden vaak onderling verrekend waardoor veel concurrenten spraken over ‘een piramidespel’. Er was altijd wel wat gedoe rondom de zakelijke handel en wandel van Kooistra, maar vorig jaar werd het echt hommeles. Kooistra kwam in conflict met Heineken. Die brouwer huurt 31 panden waarin 41 zaken van Kooistra zijn gehuisvest, waar de kroegbaas garant stond voor het betalen van de pacht. Door een foefje van Kooistra verviel die garantstelling en kreeg Heineken niet of moeizaam pachtsommen binnen. Heineken probeerde Kooistra met allerlei kleinere en grotere rechtszaken op de knieën te krijgen. Tegenover Winq ontkent Kooistra enkele weken voor zijn dood in financiële nood te zitten, maar Oscar Hammerstein stelt dat Heineken zijn cliënt “kapot heeft gemaakt.” Aan de andere kant, al zou Plassania er slecht voor hebben gestaan, privé had Kooistra nog meer dan genoeg, dus voor een persoonlijk faillissement hoefde hij niet te vrezen. Er circuleren stevige geruchten dat Kooistra’s zelfmoord is ingegeven door zijn slecht lopende relatie. Loorbach had al drie jaar ook een andere vriend waarmee die veel op Ibiza verbleef. Dit alles met instemming van Kooistra. Volgens Hammerstein had die verhouding niks te maken met de zelfmoord. Verder zou Kooistra ernstig ziek zijn geweest, depressief en/of zou hij worden afgeperst door de onderwereld. Een voormalige zakenpartner van Kooistra: “Hoe dan ook, het is een triest en zwaar leven geweest. Kooistra hield niet van gezelligheid, niet van een biertje met vrienden, hij had ook helemaal geen vrienden en altijd gelazer aan zijn hoofd.” Kooistra werd 59 jaar.

Tekst: redactie Winq.
Geplaatst op 01/09/11 door Winq Magazine
Geplaatst in Artikelen, Digest